Blogs

  • 18 juni 2018

    Exceptieve toetsing van binnenplanse afwijkingsbevoegdheid

    Een gebruikswijziging van wonen naar hotel kan niet worden gebaseerd op de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, nu de gebruikswijziging leidt tot een planologisch relevante bestemmingswijziging waardoor de bestemde woonfunctie van het pand niet meer gerealiseerd kan worden. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid wordt na exceptieve toetsing wegens strijd met artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening (Wro) buiten toepassing gelaten. Gevolg is dat de verleende omgevingsvergunning onderuit gaat. De Afdeling ziet nog wel mogelijkheden voor herstel van het besluit door vergunningverlening op een andere grondslag, en wel op basis van 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2 Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor (kruimelgevallenregeling). Daarvoor krijgt het college acht weken de tijd.

    Tussenuitspraak/bestuurlijke lus Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1955.

  • 12 juni 2018

    Impliciete vrijstelling? Opnemen in het bestemmingsplan!

    Op 30 mei 2018 heeft de Afdeling twee lezenswaardige uitspraken gewezen over de zogenoemde impliciete vrijstelling in relatie tot het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan (ECLI:NL:RVS:2018:1798 en ECLI:NL:RVS:2018:1784). Een impliciete vrijstelling houdt, naar vaste rechtspraak van de Afdeling, in dat als uit de bouwaanvraag zonder meer kan worden afgeleid dat het bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan zal worden gebruikt en het bevoegde bestuursorgaan, zich bewust van het voorgenomen gebruik, de vergunning in weerwil van de planvoorschriften heeft verleend (ABRvS 8 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ9919). Als het bevoegde bestuursorgaan (i.c. het college van B&W) een impliciete vrijstelling heeft verleend van het vorige bestemmingsplan is sprake van bestaand legaal gebruik. Bestaand legaal gebruik dient in beginsel – gelet op de rechtszekerheid – als zodanig te worden bestemd door de raad in een nieuw bestemmingsplan. Dat heeft de raad in beide zaken nagelaten.

  • 25 mei 2018

    Verzoek om gegevens onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

    De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 is sinds 1 mei jongstleden vervangen door de in februari en juli 2017 door de Tweede Kamer respectievelijk Eerste Kamer aangenomen Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. In november vorig jaar heeft de Kiesraad en vervolgens de Referendumcommissie bekend gemaakt dat er een raadgevend referendum moest komen over de nieuwe Wiv. Vanwege de referendumuitslag van 21 maart jongstleden en het behalen van de kiesdrempel, is de Wiv opnieuw aangepast. Het is echter niet waarschijnlijk dat het openbaarmakingsregime van de Wiv 2017 materieel is gewijzigd. Artikelen 51 en 55 lid 1 van de oude Wiv 2002 zijn namelijk zonder wijzigingen overgenomen in de artikelen 80 en 84 lid 1 van de huidige Wiv 2017. In deze blog worden de kaders van het openbaarmakingsregime van de Wiv 2002 geschetst, en daarmee die van de Wiv 2017, mede naar aanleiding van een recente Afdelingsuitspraak van 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2017:3508.

  • 15 mei 2018

    Afdeling oordeelt over tijdelijke vergunning voor zonneakkers op grond van de kruimelgevallenregeling

    In de uitspraak van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1112) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘de Afdeling’) uitleg gegeven aan onderdeel 11 van de kruimelgevallenregeling op grond waarvan een omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar kan worden verleend voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

  • 08 mei 2018

    Een waarschuwing op grond van een wettelijk sanctieregime is een besluit; maak zekerheidshalve bezwaar voor 16 mei 2018

    Op 2 mei 2018 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een waarschuwing op grond een wettelijk sanctieregime een besluit is (ECLI:NL:RVS:2018:1449). In deze blog worden de lessen voor de praktijk besproken.

  • 03 mei 2018

    Een kijkje in de keuken: ervaringen van een beginnend advocaat-stagiaire

    In deze blog beschrijft advocaat-stagiaire Francine van Vlijmen hoe haar eerste drie maanden bij Van der Feltz advocaten zijn bevallen.

  • 02 mei 2018

    Beperkte functiewijziging en brancheverruiming opnieuw als kruimelgeval vergund

    De Afdeling heeft eerder de omzetting van woonspecifieke detailhandel naar grootschalige detailhandel bij Villa ArenA niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r (ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348 (TBR 2018 afl. 4). De gedeeltelijke functiewijziging van Villa ArenA kon daarom met toepassing van de snellere en goedkopere kruimelgevallenregeling worden vergund (zie ook mijn blog van 2 februari jl.) Bij uitspraak van 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1297, herhaalt de Afdeling dit oordeel voor de functiewijziging van een campingwinkel naar een sportwinkel in Roermond.

  • 30 april 2018

    De daad bij het woord gevoegd: mondelinge uitspraken van de rechter

    De Hoge Raad buigt zich in zijn uitspraak van 20 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:650) over de vraag wanneer de rechter mondeling uitspraak mag doen. In de onderhavige ‘Bopz-zaak’ (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, “Wet Bopz”) heeft de rechtbank aan het slot van de mondelinge behandeling een zogenaamde ‘noodbeschikking’ tot verlenging van de opname van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis afgegeven die later is uitgewerkt in een ‘gewone’ en op schrift gestelde beschikking. Is deze handelswijze toelaatbaar of had de rechtbank na de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op de voet van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”) moeten opmaken?