Blogs

  • Gewijzigde Gids proportionaliteit per 1 januari 2022: wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

    Aanbestedende diensten en marktpartijen opgelet: op 1 januari 2022 treden de wijzigingen in hoofdstuk 4 van de Gids proportionaliteit in werking. Deze gewijzigde Gids proportionaliteit beoogt de rechtsbescherming van inschrijvers beter te waarborgen.

    De wijzigingen hebben betrekking op de volgende thema’s:

    1. vragen aan en mededelingen van aanbestedende diensten,
    2. standstill-periode en
    3. proportionele klachtenafhandeling.

    De aanleiding voor de wijzigingen is het maatregelenpakket rechtsbescherming dat in februari 2021 is afgekondigd. In dit blog gaan we in op de wijzingen, verdeeld over de drie hiervoor genoemde thema’s (paragrafen 4.1-4.4 Gids proportionaliteit).

  • 08 november 2021

    Legalisering van PAS-meldingen: lachen als een boer met kiespijn?

    Door de onverbindendverklaring van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in de uitspraak van de Afde­­ling bestuursrechtspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603), is een project waarvoor onder het PAS slechts een meldings­plicht gold, toch vergunningsplichtig (geworden) onder de Wet natuurbe­scher­­­­­­­ming. Bedrijven die momenteel conform zo’n PAS-melding opereren, wat kan variëren van land­bouw- tot bouwbedrijven maar ook bedrijven in de industriële sector, doen dat dus feitelijk il­­le­­­gaal. Ténzij zij alsnog een vergunning onder de Wet natuurbescherming verkrijgen voor dat (eerder onder het PAS gemelde) project. Maar vanwege landelijke stikstof­pro­blematiek is dat haast ondoenlijk.
  • 26 oktober 2021

    Transformatie van leegstaand (winkel)vastgoed: enkele publiekrechtelijke ‘weetjes’ voor de transformers

    In de media en politiek Den Haag is momenteel veel aandacht voor het woningtekort. Komende jaren moet er actie worden ondernomen om dit tekort niet verder te laten oplopen. De vraag is echter wel­ke middelen effectief zijn om het probleem van stagnerende woningbouw op te lossen. Het trans­for­meren van leegstaand (winkel)vastgoed is één van die middelen, ook vanwege de coronapandemie.

    Uit een recent onderzoek van de Stec Groep blijkt bijvoorbeeld dat “80% van de winkelbeleggers lege win­kelpanden wil transformeren” ook omdat “volgens hen de coronasituatie de noodzaak hiertoe heeft vergroot”. Daarbij ziet men vooral kansen om leegstaande winkelpanden te transformeren naar panden met horeca, leisure of wonen als gebruiksfuncties. Ook flexibele kantoorruimte wordt vaak genoemd als kansrijke gebruiksfunctie voor een nieuwe invulling van leegstaande winkelpanden. Maar tegelijkertijd ervaart men, blijkens dat onderzoek van de Stec Groep, diverse publiekrechtelijke be­lemmeringen voor het realiseren van transformatieprojecten. Met name de kosten voor aanpassingen aan het pand, planologische beperkingen en bouwkundige regels zouden drukken op de businesscase.

    Het leek mij daarom wel aardig om enkele van die publiekrechtelijke belemmeringen, of kansen, het is maar net door welke bril er wordt gekeken, op hoofdlijnen in deze blog te bespreken teneinde hier wat (meer) helderheid over te scheppen voor de transformers onder de (winkel)vastgoedeigenaren.

  • 13 oktober 2021

    Vastgoedeigenaren opgelet: verduurzaming bij grootschalige renovaties komt in een stroomversnelling

    Eerder schreef ik al een blog over de BENG: sinds 1 januari 2021 moet de om­ge­­vingsvergunningaan­vraag voor het realiseren van nieuwbouw voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Ge­bou­wen. Maar nu, ge­heel in lijn met de Europese ambitie om de bouwsector verder te verduurzamen, moet ook bestaande bouw eraan geloven. Recent werd namelijk bekend dat de Minister van BZK het opwek­­ken van hernieuwbare energie bij een ‘ingrijpende renovatie’, tegen de wil van de Tweede Kamer in, ver­plicht wil stellen. Hoewel deze verduurzamingsverplichting, als uit­wer­king van de Euro­pe­se richt­lijn Renewable Energy Directive II (RED II), niet uit de lucht komt vallen, behelst het een heet po­­li­tiek hangijzer. Het gaat namelijk om een rechtstreekse regulering van de eigendom van bestaande bouw.
  • 17 september 2021

    COVID Chronicles special II: De TVL-vergoeding en ‘sharing the pain’ bij de berekening van huurkorting

    Eerder al schreven wij dat de kantonrechter in Limburg in zijn vonnis van 31 maart 2021 (ECLI:NL:RBLIM:2021:2982) prejudiciële vragen heeft gesteld aan de Hoge Raad over de gebrekenregeling (art. 7:204 lid 2 BW) en de onvoorziene omstandighedenregeling (art. 6:258 BW). Van de Hoge Raad is nog geen verlossend antwoord gekomen op de prejudiciële vraag aan de hand van welke criteria huurprijsvermindering moet worden beoordeeld. Naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 14 september 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:2728) krijgen deze prejudiciële vragen extra betekenis. Het gerechtshof kiest hier uitdrukkelijk een andere lijn voor de berekening van huurkorting dan de rechtbank Amsterdam. In dit blog brengen wij u op de hoogte van deze recente ontwikkeling met betrekking tot de schadeverdeling tussen huurders en verhuurders.
  • 09 juli 2021

    COVID Chronicles deel 3: Exploitatieplicht huurder van een bedrijfs- of kantoorruimte gedurende coronapandemie ‘gewoon’ van toepassing?

    Voor de meeste huurders en verhuurders van bedrijfs- en kantoorruimte heeft de lockdown een grote impact gehad. Veel winkels, restaurants, hotels en andere locaties werden tijdelijk (deels) gesloten. Inmiddels zijn de beperkende maatregelen grotendeels opgeheven. Huurders en verhuurders kunnen – voor zover nog niet gedaan - de balans gaan opmaken. In deel 1 van deze blogserie schreven wij al over de gevolgen van de coronapandemie voor huurders en verhuurders. In deel 2 gingen wij specifiek in op de (on)redelijkheid van omzethuur voor verhuurders. In dit deel van de serie staan wij stil bij de exploitatieverplichting voor huurders. Centraal staat de vraag of een huurder van kantoorruimte (artikel 7:230a BW) of winkelruimte (artikel 7:290 BW) gehouden wordt aan de exploitatieplicht gedurende de coronapandemie.

    Als de exploitatieplicht onverkort geldt, en huurder heeft het gehuurde in weerwil daarvan niet geëxploiteerd, dan rijst de vraag of een beroep op matiging van de contractuele boete de huurder uitkomst biedt. Op deze vragen wordt in dit blog ingegaan.

  • 29 juni 2021

    Experimenteren met waterstof in de gebouwde omgeving wordt toch mogelijk

    De minister van Economische Zaken en Klimaat (de Minister) heeft op 8 juni jl. een voorstel tot wijziging van de Gaswet aangekondigd om ruimte te bieden aan regionale netbeheerders om het waterstoftransport binnen demonstratieprojecten te verzorgen. Vooruitlopend daarop zal de Autoriteit Consument en Markt (de ACM) gedogen dat de regionale netbeheerders binnen afgebakende pilots experimenteren met waterstof in de gebouwde omgeving. De netbeheerders moeten daarbij wel voldoen aan vooraf gestelde voorwaarden om de veiligheid en consumentenbescherming te borgen. Die voorwaarden moeten nog worden geformuleerd. Wat ging hieraan vooraf en hoe wat is nu het vervolg?
  • 03 juni 2021

    Leidt de nieuwe wet handhaving kraakverbod tot snellere ontruiming van krakers?

    Het komt geregeld voor dat vastgoed enige tijd leegstaat, bijvoorbeeld in afwachting van herontwikkeling of verkoop door de eigenaar. Het risico schuilt erin dat leegstaand vastgoed wordt gekraakt. In Nederland is het kraken van panden sinds de inwerkingtreding van de Wet kraken en leegstand in 2010 verboden, waardoor krakers strafbaar handelen wanneer zij hun intrek nemen in een leegstaand pand. De eigenaar van een gekraakt pand kan aangifte doen bij de politie en aangeven dat hij ontruiming van het gekraakte pand wenst. In de praktijk kan het vanaf de aangifte nog 8 weken duren voordat een pand daadwerkelijk ontruimd wordt, omdat krakers vanwege het zogeheten woonrecht worden beschermd tegen onmiddellijke uitzetting.

    In de Eerste Kamer is op 23 maart 2021 een wetsvoorstel van de VVD en het CDA aangenomen, waardoor krakers sneller ontruimd kunnen worden. Het aangenomen wetsvoorstel strekt ertoe om in geval van een verdenking van kraken veel sneller strafrechtelijk in te kunnen grijpen en na toetsing door een rechter-commissaris direct over te kunnen gaan tot ontruiming. In het snelste geval zou dan binnen drie dagen ontruimd kunnen worden. Er is forse kritiek geuit op het nieuwe wetsvoorstel, waarbij vooral gewezen is op de overbelasting van het strafrechtsysteem. Het wetsvoorstel is ondanks de bezwaren aangenomen. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.