Blogs

  • Raad van State haalt streep door rekening emissiearme stalsystemen: hoe nu verder?

    Meerdere agrarische bedrijven in ons land maken gebruik van zogeheten emissiearme stalsystemen. Dit zijn stalsystemen die minder stikstofuitstoot tot gevolg hebben dan reguliere stalsystemen – daar werd tot voor kort althans van uitgegaan. Uit drie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘de Afdeling’) van 7 september 2022 blijkt immers dat het onzeker is of emissiearme stalsystemen in de praktijk wel doen wat ze beloven. Dit omdat uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat de stikstofuitstoot uit emissiearme stallen waarschijnlijk hoger is dan waarvan in de regelgeving van wordt uitgegaan. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming (‘natuurvergunningen’) voor melkveehouderijen die gebruik maken van (twee specifieke typen) emissiearme stalsystemen mag daarom geen gebruik meer worden gemaakt van deze emissiefactoren die volgen uit de Regeling ammoniak en veehouderij (‘Rav’). De rechtbank Midden-Nederland kwam vorig jaar al tot hetzelfde oordeel. In dit blog gaan Joyce van der Holst en Lennart Ouwendijk kort in op de gevolgen van deze uitspraken.
  • Overzicht uitwerking Didam-arrest

    Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad bepaald dat bij de verkoop van een onroerende zaak een overheidslichaam in principe een mededingingsprocedure moet doorlopen. Na dit baanbrekende arrest volgden er andere uitspraken, waarbij een nadere uitwerking werd gegeven op bepaalde aspecten die voortvloeiden uit het Didam-arrest. Hier treft u een overzicht aan van de relevante uitspraken met een korte toelichting hierop.
  • 22 augustus 2022

    Wet Markt & Overheid: de exploitatiebijdrage in verhouding tot de vaststelling van de hoogte van de integrale kosten

    De rechtspraak over de toepassing van de Wet M&O is schaars. Over de vraag of een exploitatiebijdrage of een subsidie moet worden betrokken bij de beoordeling van de vaststelling van de hoogte van de integrale kosten heeft een rechter zich dan ook nog niet gebogen. Tot begin deze maand. In dit blog bespreekt Joyce van der Holst de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) van 9 augustus 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:507) en wat deze betekent voor de praktijk.

  • 15 augustus 2022

    Gas geven met de energiebesparingsplicht

    Hier is ogenschijnlijk geen speld tussen te krijgen: “energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet te produceren, te betalen of te importeren”. Met deze ronkende zin begint de Kamer­­brief van de minister van Klimaat en Energie van 4 juli 2022 over de voorgenomen aan­scher­ping van de huidige energiebespa­rings­­plicht uit artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer voor inrichtingen.

    In deze blog beschrijf ik op hoofdlijnen wat deze aanscherping inhoudt. De verwachting is dat de hiervoor benodigde wetgeving nog dit najaar zal worden aangeboden aan de Tweede Kamer zodat (een deel van) de voorgenomen aanscherpingen al begin 2023 in werking kunnen/zullen treden.

  • 19 juli 2022

    Wetswijziging 01-07-2022: ligplaatsen van woonboten zijn voortaan ‘woonruimte’. Wat verandert er voor (ver-)huurders?

    Met ingang van 1 juli 2022 is een einde gekomen aan de juridische ongelijkheid tussen huurders van ligplaatsen van woonboten en huurders van reguliere woonruimte. Tot 1 juli jl. viel onder de huur van woonruimte alleen de huur van een gebouwde onroerende zaak, een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld een kamer), een woonwagen of een standplaats (zie artikel 7:233 BW). De woonboot past in geen van deze categorieën en viel daarom buiten de huurbeschermings-boot. Door een wetswijziging is artikel 236a toegevoegd aan Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en geldt een ligplaats voortaan als gelijkwaardig aan een huurwoning. In dit blog volgt een overzicht van de veranderingen die dit met zich brengt.
  • 12 juli 2022

    Een overzicht van de nieuwe toetsing van evenredigheid in het bestuursrecht

    De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 januari 2021 gereageerd op het rapport “Ongekend onrecht” van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. In zijn reactie heeft hij opgemerkt dat over het antwoord op de vraag of het wenselijk is dat de rechter het evenredigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht kan inzetten om de toepassing van formele wetten te corrigeren, geen eenstemmigheid bestaat.
  • 07 juni 2022

    Fiscale optimalisatie bij verkoop van een verhuurd bedrijfspand

    Bij de verkoop door een projectontwikkelaar van een (nieuw) bedrijfspand, zoals een kantorencomplex, komt veel kijken. De belangen van verkoper en koper lopen daarbij wellicht niet altijd synchroon. Vaststaat wel dat zowel verkoper als koper er in principe belang bij hebben de verkoop fiscaal zo voordelig mogelijk te realiseren. Belastingheffing werkt immers in principe prijsverhogend. Dat geldt ook voor de omzetbelasting (btw). Projectontwikkelaars doen er met name goed aan de fiscale aspecten in kaart te brengen bij de verkoop van een nieuw gebouw dat wordt verhuurd. De heffing van omzetbelasting kan onder omstandigheden worden voorkomen door een beroep te doen op een fiscale faciliteit. Twee recente hofuitspraken bieden nieuwe inzichten en kunnen van pas komen voor projectontwikkelaars bij de toepassing van die faciliteit.
  • 24 mei 2022

    Opdrachtgevers lijken niet langer de boot te kunnen afhouden bij leveringsproblemen

    In een eerder blog schreven wij al over de schaarste en prijsstijgingen op de bouwmaterialenmarkt. Door onder andere de uitbraak van de coronapandemie en de blokkering destijds in het Suezkanaal, werd de al bestaande grondstoffenschaarste verhevigd, met prijsstijgingen tot gevolg. De gevolgen daarvan zijn groot voor aannemers die een vaste aanneemsom zijn overeengekomen met hun opdrachtgever. De marge die is begroot voor enig ondernemersrisico is vaak onvoldoende om de hoge kosten van de bouwmaterialen (volledig) te dekken, met – in het ergste geval – verlieslatende projecten tot gevolg. Zowel de UAV 2012 als de UAV-GC 2005 – de in de Nederlandse bouwpraktijk gehanteerde sets algemene voorwaarden – voorzien in een vergoedingsregeling ingeval van kostenverhogende c.q. onvoorziene omstandigheden (par. 47 UAV 2012 respectievelijk par. 44 lid 1 sub c UAV-GC 2005). Als de UAV 2012 of UAV-GC 2005 niet van toepassing zijn, biedt artikel 7:753 uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de mogelijkheid om een prijsaanpassing te verlangen. Uiteraard kunnen de opdrachtgever en aannemer ook nieuwe contractafspraken maken. Voor een meer uitgebreide toelichting hierop, verwijzen wij graag naar ons eerder blog.