Annotatie bij College van Beroep voor het bedrijfsleven van 6 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:364

Auteur

mr. M. de Rijke, mr. R.T. Wiegerink en mr. I.F. Stolze

Verschenen in

Nederlands Tijdschrift voor Energierecht (NTE), februari 2021, nr. 1

Rechtsgebied Energierecht
Titel

Annotatie bij CBb 2 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:364 (WOZ-beschikking
weerlegbaar bewijsvermoeden bij objectafbakening in het kader van de
aansluitplicht)

 

In deze uitspraak van 2 juni 2020 gaat het CBb in op de vraag of de netbeheerder bij het realiseren van een elektriciteitsaansluiting voor bedrijven bij de afbakening van het (bedrijfs)object is gebonden aan de WOZ-objectafbakening die gemeenten hanteren bij het nemen van de WOZ-beschikking. Voorafgaand aan deze uitspraak heeft op verzoek van de president van het CBb ex art. 8:12a Algemene wet bestuursrecht raadsheer advocaat-generaal P.J. Wattel een conclusie genomen. In navolging van die conclusie en anders dan het CBb van oordeel was sinds zijn uitspraak van 13 april 2011 (ECLI:NL: CBB: 2011: BQ3485 (Westland Infra Netbeheer BV)), beslist het CBb dat de netbeheerder bij het realiseren van een elektriciteitsaansluiting voor bedrijven bij de afbakening van het (bedrijfs) object niet in alle gevallen zonder meer is gebonden aan de gemeentelijke objectafbakening in de WOZ-beschikking, maar dat daaraan een weerlegbaar bewijsvermoeden kan worden ontleend, zodat tegenbewijs mogelijk is.

Download artikel