Noot bij Hof Den Haag 3 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2057

Auteur

mr. J.C. Borman

Verschenen in

Bouwrecht (BR), februari, afl. 2, BR 2021/16

Rechtsgebied Bouwrecht, verbintenissenrecht
Titel Noot bij Hof Den Haag 3 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2057 (Aannemingsovereenkomst. Verzuim zonder ingebrekestelling? Aannemer moest worden toegelaten tot herstel van het gebrek, naar eigen inzicht.)

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter gewezen tussen een particuliere opdrachtgever en een aannemer. Het geschil gaat over gevorderde herstelkosten en schadevergoeding als gevolg van lekkages in een uitbouw. Deze lekkages zijn in 2013 en 2015 opgetreden, vijf respectievelijk zeven jaar na de oplevering van het werk door aannemer. De eerste lekkage heeft aannemer op verzoek van opdrachtgever hersteld; bij de tweede lekkage heeft opdrachtgever een door hem in de arm genomen expert eerst onderzoek laten doen alvorens te (laten) herstellen.
Een ongeschikte massieve muur en het ontbreken van goede loodvoorziening in het werk blijkt de oorzaak van de lekkages. Aannemer is het niet eens met bevindingen van de expert, maar biedt desalniettemin aan om te herstellen. Opdrachtgever gaat niet in op het aangeboden herstel door aannemer. In plaats daarvan sommeert opdrachtgever aannemer
tot vergoeding van gestelde herstelkosten en gevolgschade. Opdrachtgever is ervan overtuigd dat de lekkage in 2013 niet deugdelijk door aannemer is hersteld en meent dat hij zonder ingebrekestelling de aannemingsovereenkomst (partieel) kan ontbinden en schadevergoeding kan vorderen. De kantonrechter volgt dit standpunt van opdrachtgever niet en oordeelt dat aannemer, zonder in gebreke te zijn gesteld, niet in verzuim verkeerde. Opdrachtgever kon de aannemingsovereenkomst daarom niet ontbinden en geen schadevergoeding vorderen. In hoger beroep heeft het hof dit oordeel van de kantonrechter bekrachtigd.

Download artikel