Bestuursrechter hanteert toets aan het evidentiecriterium bij de beoordeling of de betreffende planregel aan de Dienstenrichtlijn voldoet

Auteur

mr. S.T.J. Olierook & F.A.R. van Vlijmen

Verschenen in

Gemeentestem (Gst.), augustus, afl. 7510, Gst. 2020/114

Rechtsgebied Bestuursrecht, omgevingsrecht
Titel Bestuursrechter hanteert toets aan het evidentiecriterium bij de beoordeling of de betreffende planregel aan de Dienstenrichtlijn voldoet

 

Brancheringsregelingen in bestemmingsplannen dienen in overeenstemming te zijn met de voorwaarden die zijn neergelegd in art. 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn. Dit geldt ook als er bij wijze van exceptie wordt getoetst aan een bestemmingsplan in het kader van een besluit over een omgevingsvergunning. De intensiteit waarmee de bestuursrechter een brancheringsregel toetst aan de Dienstenrichtlijn is dan echter niet hetzelfde als wanneer een besluit tot herziening van een bestemmingsplan voorligt. Gaat het om een besluit tot herziening van een bestemmingsplan, dan toetst de bestuursrechter ‘vol’ of de betreffende planregeling aan de Dienstenrichtlijn voldoet. In geval van een besluit over een omgevingsvergunning wordt een toetsingsmaatstaf gehanteerd die erop neerkomt dat een planregeling alleen onverbindend wordt verklaard of buiten toepassing wordt gelaten, indien deze regeling evident in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

Download artikel