Naschrift bij Hof van Justitie van de Europese Unie 19 december 2019, ECLI:EU:C:2019:1112

Auteur

mrs. I.F. Stolze en F.A.R. van Vlijmen

Verschenen in

Gemeentestem (Gst.), april, afl. 7504, Gst. 2020/48

Rechtsgebied Europees recht
Titel Naschrift bij Hof van Justitie van de Europese Unie 19 december 2019, ECLI:EU:C:2019:1112 (Prejudiciële verwijzing. Richtlijn 2000/31/EG. Diensten van de informatiemaatschappij. Richtlijn 2006/123. Vrij verkeer van diensten. In contact brengen van professionele of particuliere verhuurders die over te huur staande accommodatie beschikken, met personen die op zoek zijn naar dit soort accommodatie)

 

In dit arrest oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie over het beroep van de Franse vereniging voor accommodatie en toerisme waarin zij Airbnb aanklaagt wegens het verrichten van vastgoedactiviteiten zonder de daarvoor ingevolge de Franse wetgeving benodigde beroepskaart. Het Hof beantwoordt prejudiciële vragen en oordeelt dat de door Airbnb aangeboden bemiddelingsdienst, die bestaat uit een online platform waarop huurders en verhuurders met elkaar in contact worden gebracht teneinde voor kortdurend verblijf een accommodatie te reserveren, een dienst van de informatiemaatschappij betreft zoals bedoeld in Richtlijn 2000/31. Het Hof oordeelt ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag dat de Franse wet-Hoguet, waaruit beperkende maatregelen volgen op het vrij verkeer van diensten van de informatiemaatschappij, niet conform de beperkingsvoorwaarden van art. 3 lid 4 van de Richtlijn 2000/31 aan Airbnb kan worden tegengeworpen, omdat noch Ierland, de lidstaat waarin Airbnb is gevestigd, noch de Commissie van het voornemen om de betrokken maatregelen te nemen in kennis is gesteld.

Download artikel