Noot bij ABRvS HR 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:694 (Waterwet. Toepassing art. 6:22 Awb. Passeren gebreken. Motiveringsgebrek. Aanvulling benadelingscriterium)

Auteurs mrs. M.A.J. West & F.A.R. van Vlijmen
Verschenen in

de Gemeentestem (Gst.), september 2018, Afl. 7477, Gst. 2018/124

Rechtsgebied

Milieurecht & Ruimtelijke ordening

Titel Noot bij ABRvS 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:694 (Waterwet. Toepassing art. 6:22 Awb. Passeren gebreken. Motiveringsgebrek. Aanvulling benadelingscriterium)

 

Toepassing van artikel 6:22 Awb is mogelijk indien aannemelijk is dat de belanghebbende door het gebrek in het bestreden besluit niet is benadeeld. Een gebrek dat herstel behoeft, leent zich in beginsel niet voor toepassing van deze bepaling. In gevallen waarin van het bestuursorgaan een bepaalde actie is vereist om het gebrek weg te nemen, kan er immers niet zonder meer van worden uitgegaan dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld. Alleen indien evident is dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld, kan bij het bestaan van een dergelijk gebrek toepassing worden gegeven aan artikel 6:22 van de Awb. In dit geval heeft de rechtbank vastgesteld dat het algemeen bestuur niet kenbaar heeft gemotiveerd waarom de gronden van [appellant] qua drooglegging vergelijkbaar zijn met die van [appellant’s bedrijf] en waarom de gehanteerde berekeningsmethode, waarbij wordt uitgegaan van gemiddelden, ten aanzien van de percelen van [appellant] deugdelijk is. De rechtbank heeft daarom het besluit van 17 december 2015 in zoverre in strijd geacht met artikel 7:12 (lees: 3:46) van de Awb. Zij heeft het algemeen bestuur over genoemde aspecten om nadere informatie verzocht en voorts de StAB om een deskundigenbericht verzocht. [appellant] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op de nadere informatie van het algemeen bestuur en het deskundigenbericht.

Gelet op deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat [appellant] door het aan het besluit van 17 december 2015 klevende motiveringsgebrek niet is benadeeld. De rechtbank had dit gebrek daarom niet met toepassing van artikel 6:22 van de Awb mogen passeren, maar het bestreden besluit wegens dat gebrek dienen te vernietigen. Wel had de rechtbank in het herstel van het motiveringsgebrek aanleiding kunnen zien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

Download artikel