Planschade en compensatie in natura

Auteurs mr. W.J.E. van der Werf
Verschenen in

Land- en Tuinbouw Bulletin (LTB), oktober 2018, Afl. 10, LTB 2018/40

Rechtsgebied Milieurecht en Ruimtelijke ordening
Titel Planschade en compensatie in natura

 

Wie schade lijdt als gevolg van planologische besluitvorming kan ingevolge art. 6.1 Wet ruimtelijke ordening (hierna: ‘Wro’) een verzoek om tegemoetkoming in planschade indienen. In plaats van een financiële vergoeding te bieden, kan een bestuursorgaan ervoor kiezen de tegemoetkoming “voldoende anderszins” te verzekeren. Hiermee komt de verplichting tot een financiële vergoeding te vervallen. De betrokkene hoeft immers niet in een voordeligere positie te raken dan voor het planologische besluit het geval was. De alternatieve voorzieningen om tegemoet te komen in planschade worden in rechtspraak en literatuur aangeduid als ‘compensatie in natura’. Op 28 september 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘Afdeling’) een overzichtsuitspraak over planschade gewezen waarin zij enkele rechtsoverwegingen wijdt aan deze vorm van compensatie.2 Ook nadien zijn nog enkele belangwekkende uitspraken van de Afdeling verschenen. Reden genoeg om in deze bijdrage stil te staan bij de eisen die in de planschadejurisprudentie worden gesteld aan compensatie in natura. Aan het einde staan wij stil bij de wijze waarop de compensatie in natura in de nieuwe Omgevingswet zal worden geregeld. Wij sluiten af met een conclusie.

Download artikel