Noot bij Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:115 (Handhavingsverzoek. Uitleg vergunningsvoorschriften. Kühne & Heitz-arrest)

Auteurs mrs. M.A.J. West & F.A.R. van Vlijmen
Verschenen in

Gemeentestem (Gst.), juni 2018, Afl. 7473, Gst. 2018/83

Instantie Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
Rechtsgebied Algemeen bestuursrecht
Titel Handhavingsverzoek. Uitleg vergunningsvoorschriften. Geen verplichting tot heroverweging van definitief geworden besluit. Geen situatie als bedoeld in Kühne & Heitz-arrest.

 

Ter zitting is duidelijk geworden dat niet in geschil is dat de modelvliegtuigjes wel eens buiten het modelvliegterrein, binnen de vliegcirkel, op een hoogte van minder dan 20 m vliegen. Volgens het college is dat toegestaan wanneer het op deze hoogte vliegen noodzakelijk is voor het laten opstijgen of landen van de modelvliegtuigjes. MVC heeft uiteengezet dat modelvliegtuigjes enige tijd nodig hebben om voldoende te dalen teneinde veilig te kunnen landen. Bij verscheidene windrichtingen zal deze daling zich boven het land van [appellant], en dus buiten het modelvliegterrein, inzetten. Hierbij wordt al boven zijn perceel de 20 m-grens onderschreden. Volgens het college moeten de voorschriften zo worden uitgelegd dat dit is toegestaan, omdat na de vergunningverlening duidelijk is geworden dat het anders met grote regelmaat onmogelijk is om op een veilige manier de modelvliegtuigjes te laten landen. Het voorgaande doet er niet aan af dat volgens de tekst van de voorschriften alleen boven het modelvliegterrein op een hoogte van minder dan 20 m mag worden gevlogen. De voorschriften maken geen uitzondering voor het laten opstijgen en landen van de modelvliegtuigjes. Dat na vergunningverlening is geconcludeerd dat de gestelde voorschriften te strikt zijn om vaker een veilige landing te garanderen, betekent niet dat de voorschriften daarom ruimer uitgelegd mogen worden. Als het college de voorschriften te beperkt acht, kan het deze aanpassen. Zolang dat niet is gebeurd, is sprake van handelen in strijd met de voorschriften indien ten behoeve van een landing of stijging buiten het modelvliegterrein de 20 m-grens wordt onderschreden en is het college bevoegd daartegen handhavend op te treden. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het betoog slaagt in zoverre. Voor zover MVC in haar schriftelijke uiteenzetting stelt dat een grammaticale uitleg van de voorschriften in strijd is met de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Europese Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en - procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (hierna: de Verordening), omdat uit deze verordening volgens MVC volgt dat minimumvlieghoogtes niet gelden als lager vliegen noodzakelijk is voor opstijgen of landen, overweegt de Afdeling als volgt. Zoals onder 4.3 is overwogen, maken de voorschriften geen uitzondering voor opstijgen of landen. Het besluit omtrent de verlening van de omgevingsvergunning – waarbij ook de voorschriften zijn vastgesteld – is met de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1892, onherroepelijk geworden. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 13 januari 2004, Kühne & Heitz N.V., ECLI:EU:C:2004:17, volgt dat de omstandigheid dat een besluit van een bestuursorgaan definitief wordt na het verstrijken van redelijke beroepstermijnen of na uitputting van alle rechtsmiddelen, bijdraagt aan de rechtszekerheid. Het Unierecht eist daarom in beginsel niet dat een bestuursorgaan moet terugkomen op een besluit dat aldus definitief is geworden. Aan de in dit arrest genoemde cumulatieve voorwaarden die ertoe leiden dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken, wordt hier niet voldaan. Dit betekent dat, daargelaten of de Verordening in dit geval van toepassing is, het college niet gehouden is van handhavend optreden af te zien omdat de vergunningvoorschriften mogelijk in strijd zijn met het gemeenschapsrecht.

Download artikel