Noot bij Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3081 (Ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ten opzichte van tweedegraads bloedverwanten)

Auteur mrs. I.F. Stolze & J.C. de Wit
Verschenen in De Gemeenstestem (Gst.), april 2018, Afl. 7470, Gst. 2018/47
Instantie Hoge Raad
Titel

Noot bij Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3081 (Ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ten opzichte van tweedegraads bloedverwanten)

 

Blijkens de wetsgeschiedenis, aangehaald in onderdeel 6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, heeft de wetgever onder ogen gezien dat de hier omstreden regeling leidt tot ongelijke behandeling van overigens gelijke gevallen. Desalniettemin vond de wetgever dat er voor het invoeren van deze regeling toereikende redenen bestonden. De wetgever is er dus bij de invoering van deze regeling van uitgegaan dat alle samenwonende personen die een gezamenlijke huishouding voeren en van wie er één een zorgbehoefte heeft, gelijke gevallen zijn, ongeacht of sprake is van bloedverwantschap in de tweede graad. Aangezien dit uitgangspunt niet van redelijke grond is ontbloot, dient het door de rechter te worden gerespecteerd. Voor zover de klacht betoogt dat van gelijke gevallen geen sprake is, faalt deze daarom.

Download artikel