Willem Bosma in gesprek met Wouter Kurpershoek- interviews voor de Academie voor de Rechtspraktijk

Willem Bosma over uitspraken ABRvS 16 maart 2018 en 19 december 2018

In het kader van zijn nominatie 'Leading Lawyer Bestuursrecht' is Willem Bosma door Wouter Kurpershoek geïnterviewd over de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 maart 2018 en over de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 december 2018. In de uitspraak van 16 maart 2018 beantwoordt de Afdeling bestuursrechtspraak, nadat hierover om een opinie is gevraagd aan enkele zogenoemde amici curiae, een aantal vragen over de manier waarop die kosten moeten worden geschat (kostenraming) voor de aankoop van grond voor een zogenoemde 'bovenwijkse voorziening'. In de uitspraak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat deze kosten op een taxatierapport moeten worden gebaseerd (de 'taxatiebenadering') en niet op de daadwerkelijk betaalde aankoopprijs (de 'werkelijke kostenbenadering'). Vervolgens legt zij uit dat die taxatiebenadering ook geldt als de gronden zijn aangekocht voordat het exploitatieplan werd vastgesteld.

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 december 2018 gaat over het Rijksinpassingsplan ‘Windpark Zeewolde’. Dit plan voorziet in de realisatie van 91 nieuwe windturbines en de sanering van 221 bestaande windturbines in het zuidelijk deel van Flevoland. In deze uitspraak zijn de bezwaren tegen zowel het inpassingsplan als de bijbehorende vergunningen die het windpark mogelijk maken, behandeld. Deze bezwaren zijn ongegrond verklaard. Dat geldt ook voor het bezwaar dat het Rijksinpassingsplan voorziet in de verdeling van schaarse publieke rechten, omdat één initiatiefnemer - Windpark Zeewolde B.V. - alle windturbines waarin het plan voorziet zal gaan realiseren. Op de toedeling van zulke schaarse rechten zijn bepaalde regels van toepassing die waarborgen dat een transparante procedure wordt gevolgd. Die regels waren volgens enkele appellanten in dit geval ten onrechte niet nageleefd. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat standpunt niet. De eis dat het project door één initiatiefnemer moet worden uitgevoerd staat namelijk niet in het inpassingsplan. Daarom verdeelt de overheid volgens de Afdeling bestuursrechtspraak in dit geval geen schaarse rechten, zodat de regels die hiervoor gelden niet van toepassing zijn. Met dit oordeel wijkt de Afdeling bestuursrechtspraak af van de opvatting van staatsraad A-G Widdershoven, die over deze kwestie eerder een conclusie had uitgebracht.

De interviews zijn hier en hier te bekijken.