Gemeente mag spaarreserve voor vervanging riolering doorberekenen in rioolbelasting

De zogenoemde “opbrengstlimiet” is geregeld in artikel 229b Gemeentewet. De geraamde opbrengsten uit de riolering mogen niet uitstijgen boven de geraamde lasten. Noodzakelijke vervangingskosten behoren tot de lasten. Vervangingskosten kunnen dus worden doorberekend in de rioolbelasting.

Betekent het voorgaande ook dat een gemeente een “spaarreserve” voor de toekomstige vervanging van het rioolstelsel op jaarlijkse basis mag doorberekenen aan de belastingplichtige?

Dat is inderdaad toegestaan, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld. De bedragen die een gemeente per jaar “spaart”, mag zij in datzelfde jaar afboeken op de vervangingsinvesteringen. Het jaarlijks doorberekenen van een spaarreserve voorkomt dat de belastingplichtige wordt geconfronteerd met een plotselinge tariefsprong.

Het toerekeningsbeginsel gaat ervan uit dat lasten worden verantwoord op het moment dat zij zich voordoen. Een uitzondering daarop is in dit geval gerechtvaardigd.

Zie: HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:67