Geen verjaring van een recht van erfpacht

Het gaat in deze zaak om twee buren die allebei een recht van erfpacht hebben. De percelen van de buren grenzen aan de achterzijde aan elkaar. Achter de percelen bevindt zich een binnenplaats, waar volgens het kadaster het recht van erfpacht van een van de buren op rust. De binnenplaats is vanuit beide percelen toegankelijk.

De andere partij, die geen recht van erfpacht op de binnenplaats heeft, stelt zich op het standpunt dat hij door verjaring de volle eigendom over de binnenplaats heeft verkregen. Hij stelt de feitelijke macht over de binnenplaats te hebben uitgeoefend door daar gebruik te maken en een schutting te plaatsen.

De rechtbank gaat hier niet in mee en oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om tot de conclusie te komen dat er sprake is van inbezitneming van het recht van erfpacht. Het in gebruik nemen van een stuk grond is niet een feitelijke gedraging die specifiek wijst op het in bezit nemen van het recht van erfpacht. Dat geldt ook voor het plaatsen van een schutting. Voorts oordeelt de rechtbank dat, voor inbezitneming van het recht van erfpacht, het betalen van de canon als een zodanige gedraging dient te worden aangemerkt. Aangezien de eigenaar de canon heeft betaald, en niet de andere partij die zich op het standpunt stelt eigenaar te zijn geworden door verjaring, is niet voldaan aan het bezitsvereiste.

Voor de volledige uitspraak klik hier