Afdeling geeft overzichtsuitspraak van planschadejurisprudentie

Deze uitspraak heeft (eigenlijk) betrekking een verzoek om een tegemoetkoming in planschade bij het college van B&W van Zutphen, vanwege het vervallen van de woonbestemming op een eigendom van appellante. Het verzoek is door het college afgewezen, en zijn bezwaar en beroep zijn ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep eveneens ongegrond, vanwege passieve risicoaanvaarding. De zaak is voor de Afdeling echter vooral een kans om een uitgebreide overzichtsuitspraak te geven van de geldende planschadejurisprudentie (de Afdeling heeft voor de zaak van appellante zelfs geen onderzoek ter zitting gehouden).

 

Omdat de grote collectie rechtsregels die de Afdeling uiteenzet zich niet optimaal leent voor een samenvatting, zullen wij in dit nieuwsbericht vooral een overzicht geven van de onderwerpen die in de uitspraak de revue passeren.

 

-       Schadeoorzaken: de Wro biedt uitsluitend grond voor een tegemoetkoming vanwege de in artikel 6.1 Wro genoemde schadeoorzaken. De schade wordt bepaald door een planvergelijking op basis van een maximale planinvulling, tenzij de realisering van de mogelijkheden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is uitgesloten. Flexibiliteitsinstrumenten (ongebruikte wijzigingsbevoegdheden, vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden, uitwerkingsverplichtingen) worden buiten beschouwing gelaten bij de maximale planinvulling.

-       Causaal verband: alleen schade die in een rechtstreeks oorzakelijk verband staat met het nieuwe planologische regime, komt voor vergoeding in aanmerking. Schade vanwege tijdelijke uitvoeringswerkzaamheden en schaduwschade komen niet voor vergoeding in aanmerking.

-       Schade: de Wro biedt uitsluitend grondslag voor een tegemoetkoming in schade vanwege inkomensderving of waardevermindering van een onroerende zaak. Als peildatum voor de schade geldt de inwerkingtreding van het schadeveroorzakende besluit. De waardevermindering wordt vervolgens bepaald aan de hand van wat een redelijk denkend en handelend koper direct vóór en direct ná de inwerkingtreding bereid zou zijn geweest te betalen.

-       Vergoedbaarheid: alleen schade die niet tot het normaal maatschappelijk risico behoort en waarvan de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd komt voor tegemoetkoming in aanmerking. In ieder geval behoort een inkomensderving of waardedaling van twee procent tot het normaal maatschappelijk risico (behalve in geval van directe planschade), maar het bestuursorgaan kan ook gemotiveerd een hoger normaal maatschappelijk risico hanteren. Relevant is onder meer of de schadeveroorzakende ontwikkeling moet worden gezien als een in de lijn der verwachting liggende normale maatschappelijke ontwikkeling.

-       Risicoaanvaarding/voorzienbaarheid: schade die voorzienbaar was, komt niet voor tegemoetkoming in aanmerking. Er is sprake van actieve risicoaanvaarding, als de planologische maatregel ten tijde van de investeringsbeslissing voorzienbaar was op basis van concrete, openbaar gemaakte beleidsvoornemens. Passieve risicoaanvaarding doet zich voor als geen concrete pogingen tot het realiseren van vervallen bouw- en gebruiksmogelijkheden worden ondernomen

-       Compensatie in natura: tegemoetkoming kan ook op andere wijze dan in geld geschieden, bijvoorbeeld door het bieden van nieuwe planologische mogelijkheden aan de verzoeker. De keuze of al dan niet in natura wordt gecompenseerd, ligt bij het bestuursorgaan

-       Kosten van rechtskundige en deskundige bijstand: redelijkerwijs gemaakte kosten vanwege bijstand worden aan de verzoeker vergoed, als aan de verzoeker daadwerkelijk een tegemoetkoming wordt toegekend en de verzoeker bovendien om kostenvergoeding heeft verzocht. Alleen de kosten die zijn gemaakt vanaf de publicatie van het (concept)advies van de door het bestuursorgaan ingeschakelde adviseur tot aan het besluit op het verzoek komen voor vergoeding in aanmerking.

-       Wettelijke rente: over de tegemoetkoming wordt wettelijke rente vergoed, gerekend vanaf het moment van de aanvraag van de tegemoetkoming.

-       Procedurele aspecten: op een verzoek tot tegemoetkoming kan niet eerder worden beslist dan na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. Het bestuursorgaan wijst een adviseur aan die adviseert over de toe te kennen tegemoetkoming. Het bestuursorgaan mag in beginsel van de juistheid van dat advies uitgaan.

-       Rol bestuursrechter: de bestuursrechter dient het causale verband en de voorzienbaarheid van de (directe) planschade vol te toetsen. Hij toetst de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico en de taxatie terughoudend. Bij twijfel kan de rechter een deskundige benoemen.
 

Deze en vele andere onderwerpen worden door de Afdeling overzichtelijk gegroepeerd en voorzien van jurisprudentieverwijzingen. De uitspraak vormt daarmee een uiterst bruikbaar ‘naslagwerk’ van de laatste stand van het planschaderecht.

Voor de volledige uitspraak klik hier