Blogs

  • 30 april 2018

    De daad bij het woord gevoegd: mondelinge uitspraken van de rechter

    De Hoge Raad buigt zich in zijn uitspraak van 20 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:650) over de vraag wanneer de rechter mondeling uitspraak mag doen. In de onderhavige ‘Bopz-zaak’ (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, “Wet Bopz”) heeft de rechtbank aan het slot van de mondelinge behandeling een zogenaamde ‘noodbeschikking’ tot verlenging van de opname van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis afgegeven die later is uitgewerkt in een ‘gewone’ en op schrift gestelde beschikking. Is deze handelswijze toelaatbaar of had de rechtbank na de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op de voet van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”) moeten opmaken?

  • 13 april 2018

    Verjaring van bestuursrechtelijke geldschulden: verdere versoepeling eisen rechtsgeldige aanmaning

    Al sinds inwerkingtreding van de bestuursrechtelijke geldschuldenregeling in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’) is er veel te doen over de verjaring van bestuursrechtelijke geldschulden en de mogelijkheden tot stuiting van de verjaring. Vooral bij de verjaring van dwangsommen speelt verjaring een belangrijke rol; de verjaringstermijn is immers slechts één jaar na het verbeuren van de dwangsom (art. 5:35 Awb). Regelmatig bleek pas bij de Afdeling bestuursrechtspraak dat de bevoegdheid tot invordering al enige tijd verjaard was.

  • 05 maart 2018

    Noblesse oblige (“adeldom verplicht”)?

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) oordeelt op 28 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:680) achter gesloten deuren dat het verzoek van Hugo Klynstra om zijn achternaam te wijzigen in ‘de Bourbon de Parme’, terecht door de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie is gehonoreerd. Het besluit en de uitspraak in hoger beroep hebben tot gevolg dat de geslachtsnaam wordt voorafgaan door de adellijke titel ‘prins’ en het predicaat ‘Koninklijke Hoogheid’.

  • 28 februari 2018

    Grenzen aan splitsing bouwplan in omgevingsvergunningplichtige en omgevingsvergunnigvrije delen

    Voor het bouwen van een bouwwerk is een omgevingsvergunning vereist. Op deze vergunningplicht bestaan uitzonderingen ten aanzien van bepaalde bouwactiviteiten. Deze staan opgesomd in artikel 2 en 3 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). Een bouwplan kan uit vergunningplichtige delen en vergunningvrije delen bestaan. De vraag op welke wijze een omgevingsvergunningaanvraag ten aanzien van dergelijke bouwplannen moet worden ingediend, wordt in de uitspraak van 28 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:699) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) beantwoord.

  • 20 februari 2018

    Monocultuur, branchering en het bestemmingsplan

    De rechtbank Amsterdam biedt de gemeente Amsterdam in haar uitspraak van 23 januari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:294) een steun in de rug bij de bestrijding van de zogenoemde monocultuur die zich in het centrum van de stad ontwikkelt. De gemeente wil hiervoor het bestemmingsplan inzetten. De rechtbank veegt enkele bezwaren tegen deze methode van tafel.

  • 19 februari 2018

    De formele rechtskracht van een plaatsingsplan werpt haar schaduw achteruit

    In een arrest van 17 oktober 2017 (gepubliceerd op 25 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2017:2938), heeft het Hof Den Haag (anders dan de rechtbank in eerste aanleg) geoordeeld dat de gemeente Den Haag niet onrechtmatig heeft gehandeld door ondergrondse afvalcontainers vlak bij de appartementen van geïntimeerden te plaatsen.

  • 14 februari 2018

    Bestuurlijke boetes in stand gehouden wegens woningverhuur aan toeristen zonder benodigde short stay-vergunning

    De gemeente Amsterdam staat toe dat bewoners af en toe hun woning (of woonboot) tijdelijk verhuren. Dit kan onder meer met gebruik van short stay, waarvoor een vergunning vereist is. Deze ontbrak in deze zaak. Het college van burgemeester en wethouders en het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Centrum hebben daarom aan appellante vier bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van de Huisvestingswet (oud). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling”), heeft bij uitspraak van 7 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:428) deze boetes in stand gelaten en daarbij een uitleg gegeven over de aanpak van onttrekking van woningen aan de woonruimtevoorraad.

  • 02 februari 2018

    Kruimelregeling toch mogelijk bij stedelijk ontwikkelingsproject

    De Afdeling heeft bij uitspraak van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, het begrip “stedelijk ontwikkelingsproject” in relatie tot de kruimelregeling nader verduidelijkt. Een transformatie en gedeeltelijke functiewijziging van een stedelijke ontwikkeling kan in het concrete geval als kruimelgeval via de reguliere procedure worden behandeld. Daarbij spelen de aard en de omvang van de voorziene wijziging van het project een doorslaggevende rol. Of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan is voor de vraag of de kruimelregeling kan worden toegepast niet van belang.