Blogs

  • 12 september 2018

    Overtreders moeten worden gehoord voordat een invorderingsbeschikking wordt genomen

    Een overtreder moet – anders dan voorheen - worden gehoord voorafgaand aan een dwangsominvordering op grond van art. 4:8 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’), zo bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vandaag (12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2956). Op deze manier kan de overtreder bijzondere omstandigheden naar voren brengen waarvan het bestuursorgaan niet op de hoogte is of had moeten zijn.
  • 30 augustus 2018

    Een kijkje in de keuken: het volgen van een student stage bij Van der Feltz advocaten

    Vrijwel ieder kantoor heeft ze wel rondlopen: student-stagiairs. Maar wat houdt dat nu eigenlijk in zo’n student stage? En wat biedt Van der Feltz advocaten aan student-stagiairs? Hazel Öfner en Tycho Mol geven hierbij een kijkje in de keuken als student-stagiairs bij Van der Feltz advocaten:

    Een student stage bij Van der Feltz advocaten is een sprong in het diepe. Vanaf dag één kan je de meest uiteenlopende opdrachten verwachten over zeer verschillende onderwerpen. De werkpraktijk van Van der Feltz advocaten is specialistisch, maar zeer divers. Zo doe je ervaring op binnen alle pijlers van het recht, maar met een focus op civiel recht en bestuursrecht.

  • 28 augustus 2018

    Uitzonderingen op de beginselplicht op handhaving: twee recente uitspraken van de Afdeling over onlosmakelijke samenhang van activiteiten en bestuursrechtelijke ontruiming

    Een bestuursorgaan moet handhavend optreden indien sprake is van een overtreding. Hier bestaan wel uitzonderingen op. De jurisprudentie leert echter dat niet eenvoudig van handhaving kan worden afgezien, zoals ook uit twee recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) volgt. In dit blogbericht zal ik deze twee uitspraken bespreken.

  • 16 augustus 2018

    De gevolgen van gasloos bouwen voor een bestemmingsplan

    Op 15 augustus 2018 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:2731) over een (gewijzigd) wijzigingsplan dat het planologisch kader biedt voor de bouw van 50 grondgebonden woningen. In deze procedure betogen appellanten (onder meer) dat het college van B&W in kwestie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de verplichting voor gasloos bouwen, conform de inmiddels in werking getreden Wet voortgang energietransitie (hierna: Wet VET). Voor zover ik kan nagaan is dit de eerste uitspraak van de Afdeling over gasloos bouwen als gevolg van de Wet VET.

  • 18 juli 2018

    Gasvrije nieuwbouw vanaf 1 juli 2018: wat is de wetswijziging en wat zijn de implicaties voor lopende nieuwbouwprojecten?

    Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de gasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet. Een uitzondering op gasloos bouwen is mogelijk, maar is aan voorwaarden onderhevig. Wat houdt het nieuwe regime van het gasloos bouwen in en in hoeverre moeten lopende projecten worden gewijzigd om aan de wettelijke verplichtingen van de Gaswet te voldoen? Op deze vragen wordt in dit blog antwoord gegeven.

  • 16 juli 2018

    Van toezicht naar punitieve handhaving: wanneer dient de cautie te zijn verleend?

    De grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) buigt zich in de uitspraak van 27 juni 2018 over de vraag of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (“het college”) aan appellante terecht een bestuurlijke boete heeft opgelegd. Daarbij speelt allereerst de vraag of aan appellante de cautie had moeten worden verleend en zo ja, op welk moment en aan welke personen. Deze vraag is door de voorzitter van de Afdeling in twee andere zaken over de oplegging van een bestuurlijke boete voorgelegd aan staatsraad advocaat-generaal L.A.D. Keus. Op 12 april 2017 heeft hij op deze vraag geconcludeerd. In dit blog sta ik stil bij de betekenis van deze conclusie in de hier te bespreken uitspraak van 27 juni 2018 en het oordeel van de Afdeling dat de bestuurlijke boete niet had mogen worden opgelegd.

  • 26 juni 2018

    Nader kennismaken met Francine van Vlijmen

    In jouw blog vertel je over het afleggen van jouw eed en over jouw start bij Van der Feltz advocaten. Inmiddels werk je hier alweer al bijna een half jaar. Hoe zien jouw dagen er doorgaans uit?

    Bij binnenkomst check ik vaak als eerste mijn mailbox terwijl ik een kop koffie drink en daarna ga ik aan de slag met de taken voor die dag. Ook praat ik even bij met collega’s, zowel zakelijk als privé. Dit doen we overigens regelmatig. We houden elkaar goed op de hoogte en weten elkaar te vinden bij vragen. We hebben een hecht team.

    Een groot deel van de dag bestaat uit het schrijven van processtukken en andere stukken, zoals brieven aan de Rechtbank. Daarnaast schrijft ik eens in de zoveel tijd een publicatie voor een juridisch tijdschrift of een blog voor onze website. Volgende maand komt mijn eerste publicatie uit in het juridische tijdschrift De Gemeentestem. Ik heb hiervoor samen met Mark West een naschrift geschreven bij een uitspraak van de hoogste bestuursrechter.

    Ook heb ik regelmatig contact met cliënten of met de advocaten van de wederpartij. Dit contact gaat vaak over de organisatie rondom een proces. De partners hebben namelijk vaak het eerste contact met een cliënt en blijven vaak ook het hoofdcontact. Zo hebben onze cliënten altijd één vast en persoonlijk aanspreekpunt.

  • 18 juni 2018

    Exceptieve toetsing van binnenplanse afwijkingsbevoegdheid

    Een gebruikswijziging van wonen naar hotel kan niet worden gebaseerd op de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, nu de gebruikswijziging leidt tot een planologisch relevante bestemmingswijziging waardoor de bestemde woonfunctie van het pand niet meer gerealiseerd kan worden. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid wordt na exceptieve toetsing wegens strijd met artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening (Wro) buiten toepassing gelaten. Gevolg is dat de verleende omgevingsvergunning onderuit gaat. De Afdeling ziet nog wel mogelijkheden voor herstel van het besluit door vergunningverlening op een andere grondslag, en wel op basis van 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2 Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor (kruimelgevallenregeling). Daarvoor krijgt het college acht weken de tijd.

    Tussenuitspraak/bestuurlijke lus Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1955.