Hamsteren in verband met de coronacrisis zou kunnen leiden tot de inzet van de Hamsterwet

26-03-2020

U leest het goed, het bestaat echt: de Hamsterwet. Deze wet uit 1962, met als voorloper de Prijsop­drij­vings- en hamsterwet uit 1939, biedt de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat de bevoegd­heid om nadere regels te stellen tot het tegengaan van het hamsteren van goederen (zie artikelen 1 lid 1 en 3 lid 1). De wetgever overwoog destijds concreet dat (zie Kamerstukken II 1961/62, 6777, nr. 3, p. 1) “een wet­telijke regeling op dit stuk niet [kan] worden gemist, omdat nu eenmaal met het op­­­tre­­den van hamsterneigingen in bui­tengewone omstandigheden rekening moet worden gehouden”.

Naar nu blijkt, ten tijde van deze voor iedereen lastige tijden vanwege het coronavirus, een voortuit­zien­de blik van de wetgever. De krantenkoppen logen er de laatste weken namelijk niet om. Een be­knopt resume: “Hamsterwoede bij consument zorgt voor recordomzet supermarkten”, “Nederlandse supermarkten nemen maatregelen tegen hamsteren en besmetting”, “Rutte: hamsteren is onnodig en on­gelooflijk niet sociaal”, alsmede “Hamsteren? In deze supermarkt mogen klanten maximaal 2 ar­tikelen van 1 soort kopen”, “Verhongeren zullen we niet maar supermarkten hanteren wel limieten”.

Moeten wij als consument, maar zeker ook de levensmiddelenbranche, rekening houden met de aan­staande inzet van de Hamsterwet? Dat is voor nu niet heel reëel. Zolang de boodschap van de over­heid dat er geen schaarste is bij het publiek beklijft, bestaat er geen noodzaak voor die drastische keuze.

Inzet in geval van buitengewone omstandigheden

Met “buitengewone omstandigheden” doelde de wetgever in de eerste plaats op oorlog, oorlogsgevaar en daarmee verband houdende bui­tengewone omstandigheden. Maar de wetgever overwoog aan­slui­tend, in meer algemene zin, dat “tot toepassing van de wet […] zonder meer ook aan­­leiding [kan] geven het geval, dat objectief gezien geen oorlogsgevaar aanwezig is, doch bij het publiek ten on­rechte de mening postvat, dat een oorlog dreigt. Juist in een geval als dit laatste zal het hamsteren van goederen zich onverwacht manifesteren; dan dient onmiddellijk te kunnen worden ingegrepen”.

Vrij vertaald: de wetgever heeft gekozen voor een ongedefinieerd begrip van “buitengewone omstan­dig­heden”, zodat de Hamsterwet in feite ten tijde van diverse, maatschappelijk ontwrichtende, om­stan­­digheden kan worden ingezet. Een pandemie kan hier naar ik meen ook onder worden geschaard, zeker nu de coronacrisis al evident heeft geleid tot “hamsterneigingen” en menig regeringsleider heeft gesteld dat het coronavirus voor de maatschappij en de economie een 'oorlog-achtige crisis' is.

Inzet bij koninklijk besluit van Minister-President

Voordat de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat effectief, bij ministeriële regeling (zie artikel 5 lid 1), nadere regels over het hamsteren van goede­­ren kan stellen, moet die bevoegdheid eerst bij koninklijk besluit van de Minister-President voor het hele land of een gedeelde daarvan in wer­king zijn gesteld. Deze inwerkingstelling wordt ook weer, op voordracht van de Minister-President en zodra de “buiten­gewone om­stan­dig­­heden” dit toelaten, bij koninklijk besluit be­­ëindigd (zie artikel 3 lid 4).

Dit betekent dat de Hamsterwet voor een langere tijd kan worden ingezet, naargelang betreffende “bui­­­tengewone omstandigheden” dit noodza­kelijk maken en de Minister-President de wer­king van de­­-ze wet ‘aan- en uitzet’ via die koninklijke beslui­ten. Overigens treden deze be­sluiten pas in werking na bekend­making daarvan in op zijn minst het Staatsblad (zie artikel 3 lid 5 en 6). Dit geldt ook voor die ministeriële regeling maar dan via bekendmaking daarvan in de Staatscourant (zie artikel 5 lid 1).

Inzet ziet op ver-/aankoopverbod van goederen

De door de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat te stellen regels “kunnen onder meer inhouden een verbod daarbij aangewezen goederen binnen daarbij aangegeven tijdsruimten in grotere dan daar­bij aangegeven hoeveelheden af te leveren of in ontvangst te nemen” (zie artikel 3 lid 2). Zo be­- zien kunnen die regels feitelijk ook een ver-/aankoopverbod van bepaalde goederen inhouden, als daarin “de aangegeven hoeveelheden” voor ontvangst/aflevering van die goederen op nul zijn gezet. In ieder geval geeft deze wettekst de ruimte tot het stellen van ‘hamsterregels’ in diverse maten en soorten. Ik meen dat die regels, doordat de wetgever spreekt over “onder meer inhouden” en de na­- druk legt op zowel ontvangst als aflevering, terwijl de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat de “tijdsruimten” en “hoeveelheden” ogen­schijn­lijk naar eigen inzicht kan aangeven, bijvoorbeeld ook be­­trekking kunnen hebben op het deur­be­leid van win­kels en hun distributiesysteem c.q. bevoorrading.

In feite komt de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat onder de Hamsterwet een (zeer) ruime bevoegdheid tot het stellen van ‘hamsterregels’ toe. Voor de consument, maar bovenal de levens­mid­­de­­­len­branche, meer in het bijzonder de winkeleige­naar, die deze re­gels in de praktijk vooral zal moe­­ten effectueren, kan de inzet van de Hamsterwet zo verstrekkende (financiële) gevolgen heb­ben.

Maar tot die regels behoort expliciet niet, zo overwoog de wetgever eerder, “de inbezitneming van goe­deren” (zie Kamerstukken II 1961/62, 6777, nr. 3). Dat zou toentertijd al geregeld worden bij de “Vorde­rings­wet” en de “Noodwet Voedsel­voor­ziening”, die beide ook uit 1962 stammen. In die wet­ten is in­­der­daad – op een met de Hamsterwet vergelijkbare wijze – geregeld om respectievelijk van “andere lichamen of personen het eigendoms­recht op of een recht tot gebruik van za­­ken te vorderen” (zie artikel 3 lid 1) alsook “het ter beschikking houden van produkten en van goederen, voor of het in­le­ve­ren daarvan bij een door hem aan te wijzen lichaam, orgaan of persoon” (zie artikel 10 lid 1).

Inzet impliceert tevens ‘hamsterhandhaving’

De Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuurs­dwang aan diegene – óók aan een rechtspersoon - die de krachtens de Hamsterwet gestelde regels over­treedt (zie artikel 6 lid 4). Binnen de gestelde termijn zal die overtreding dan moeten worden be­ëindigd; anders doet de overheid dat en zijn de gemaakte kosten voor rekening van de overtreder.

Met het toezicht op de naleving van de ‘hamsterregels’ zijn door de Minister van Eco­nomische Zaken en Klimaat aangewezen ambtenaren belast (zie artikel 6 lid 1 en 2). Bij dat toezicht mogen zo nodig de in de artikelen 5:17, 5:18 en 5:19 van de Algemene wet be­­­­stuurs­recht genoemde bevoegd­he­­den wor­­den uitgeoefend met behulp van de sterke arm (zie artikel 6 lid 3). Men mag dus het vervoers­mid­del van een ham­steraar of een bevoorradingswagen van de win­­kel staande houden, on­der omstan­dig­heden ook (de vrachtladingen) onderzoeken, alsmede verpakkingen openen en inza­ge vorderen/ko­pieën maken van zakelijke gegevens en (vervoers)bescheiden van die (rechts)persoon c.q. overtreder.

Hierbij geldt dat een overtreding van de uit hoofde van de Hamsterwet gestelde regels óók strafrech­- telijk kunnen worden gehandhaafd op basis van de Wet op de economi­sche delicten (zie artikelen 1 sub 1 jo. 2 lid 1 en 6 lid 1), door het opleggen van – onder meer - fikse boetes of zelfs een ge­van­ge­nis­straf aan die (rechts)persoon c.q. over­treder. Voorts heeft de Hoge Raad al in 1951 geoordeeld dat over­­­­eenkomsten gesloten in strijd met (thans) de Hamsterwet nietig zijn (ECLI:NL:HR:1951:AG1976).

Inzet verlangt een juiste timing en feeling

Hoewel de inzet van de Hamsterwet mogelijk lijkt te zijn gedurende de coronacrisis, ligt dat voorlo­- pig niet voor de hand. De boodschap van hogerhand is immers dat er geen noodzaak is tot hamste­ren aangezien er geen (voedsel)tekorten bestaan. Maar zodra, wat de wetgever in 1962 al onder­ken­de (zie Kamer­stukken II 1961/62, 6777, nr. 3, p.1), “bij het publiek de ten onrechte de vrees ont­­­staat, dat die goederen schaars zullen worden”, kan dit plotseling anders komen te liggen. Dan schept de in­­zet van de Hamster­wet een zekere orde waarin iedereen veilig vitale goederen kan blijven kopen.

Maar voor een te vluchtige inzet van de Hamsterwet moet meen ik ook worden gewaakt; dat zou juist een onveilig gevoel bij het publiek kunnen aanwakkeren, wat de crisisbeheersing waarschijnlijk niet ten goede komt. De inzet van de Hamsterwet vergt dus een juiste timing van en feeling bij de Minis­ter-President. Daarmee is die inzet niet alleen een drastische maar zeker ook een delicate keuze.

Heeft u vragen over de gevolgen van het coronavirus voor uw organisatie en bedrijfsvoering? U kunt (24/7) contact opnemen met onze Corona Helpdesk via corona@feltz.nl. Weet ons daarbij ook be­schik­­baar voor open­bare orde aspecten die nu in het bijzonder spelen, zoals maat­re­ge­­len in ver­­band met rampen­be­strij­ding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening (de Wet veiligheidsregio’s).

Auteur: Tijn Slegers