Van in de file rijden op het wegennet naar in de spits staan op het elektriciteitsnet

Ook ons elektriciteitsnet kent filevorming, in de praktijk congestie genoemd. Daarvan is sprake zodra de vraag naar transportcapaciteit de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet overtreft. Om deze transportschaarste te ondervangen is de regering voornemens de ‘spits­strook’ van het elektri­ci­teitsnet open te stel­len. Dit volgt uit de brief van Minister Wiebes van Economische Zaken en Kli­maat van 19 december 2019, nadat de netbeheerders hadden gewaarschuwd voor het ontstaan vanstroom­files’.

Door de alsmaar voortschrijdende groei van duurzame energieprojecten, zoals zonne- en windmolen­par­ken, neemt de druk(te) op het elektriciteitsnet toe. De door die parken geproduceerde elek­tri­ci­teit moet immers via het elektriciteitsnet wor­den ge­trans­por­­teerd naar de (eind)ver­brui­kers. Daar wringt evenwel de schoen. Ons elektriciteitsnet heeft maar een beperkte tran­sport­capaciteit. Dit raakt aan de door de regering gestelde energiedoelen; die komen door deze transportschaarste moge­lijk in de knel.

Enige tijd terug blogden mijn kantoorgenote Michelle de Rijke en ik in dit kader al over het toepassen van zogenoemd congestiemanagement. De Elektriciteitswet 1998 biedt aan de netbeheerders de mo­- ge­lijkheid om onder omstandigheden de beschikbare transportcapaciteit te (her)verdelen over de daarop aangesloten partijen. De oplossing voor de transportschaarste is uiteindelijk echter gelegen in een grootschalige uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Daar zetten de netbeheerders momenteel vol op in. Dit vergt tijd en investeringen. Ondertussen wil de regering verdere filevorming op het elektriciteitsnet beperken door de reservecapaciteit daarvan in te zetten. Maar hoe werkt dat?

Inzet van de reservecapaciteit als een ‘spitsstrook’

Ons elektriciteitsnet is één van de betrouwbaarste ter wereld. Om dit te waarborgen is wettelijk be­- paald dat dit net ‘dubbel’ moet worden uitgevoerd. Deze zogenoemde ‘re­dundantie-eis’ volgt uit de Elektri­ci­teitswet 1998. Daarin is de norm opgenomen dat een elektrici­teits­net met een spannings­niveau van 110 kV en hoger, zodanig is ontworpen en in wer­king is dat het transport van elektriciteit ook verzekerd is bij een uitvalsituatie (zoals storing en onderhoud). Dan neem het ‘dub­bele’ elek­triciteitsnet het transport van de geproduceerde elektriciteit over. De term ‘spits­strook’ is zo wat ver­­­warrend: in feite liggen er in ons land steeds twee elektriciteitsnetten (van een span­­­nings­­­ni­veau van 110 kV en ho ger) naast elkaar, waarvan er steeds maar één mag worden gebruikt voor transport.

Dit laatste wil Minister Wiebes veranderen via de in de brief van 19 december 2019 aangekondigde wij­zi­­ging van het Besluit Uitvalsituaties. Die wijziging ziet op het (deels) vrijgeven van het redun­dante c.q. ‘dubbele’ elektriciteitsnet. Hierdoor kan het ‘totale’ elektrici­teits­net (van een span­nings­niveau van 110 kV en hoger), al­dus Mi­nis­ter Wiebes bij eerdere brief van 28 juni 2019, 50 tot 100 pro­cent meer productie aan door de vrij­­­ko­­mende reservecapaciteit c.q. ‘sto­rings­re­s­er­ve’, zodat daarop, gelet op de Nota van toe­­lichting bij die wij­­­zi­ging, circa 30 procent meer “duur­zame opwek” kan wo­r­­­den aan­­ge­slo­ten. Meer concreet overweegt de wetgever in dit kader dat:

“het vrijgeven van de storingsreserve voor het transport van duurzame opwek te vergelijken [is] met het in­zetten van de vluchtstrook op de snelweg tijdens de spits. Bij een ongeval moet de spits­strook direct door het verkeer worden vrijgemaakt. Als zich in het net een uitvalsituatie voordoet of on­derhoud moet worden verricht, wordt de (duurzame) productie afgeschakeld zodat het trans­port ten be­hoeve van verbruik van elek­triciteit kan worden voortgezet. In geval van een uitval­si­tuatie gaat dit afschakelen van productie au­to­ma­tisch. Voor de leveringszekerheid van de verbruikers van elek­tri­citeit heeft deze vrijstelling daarom geen gevolgen” (zie pagina 7-8 van de Nota van toelichting).

Non-discriminatie en verminderde betrouwbaarheid

Inmiddels is de internetconsultatie voor het besluit tot wijziging van het Besluit Uitvalsituaties geslo­ten. In enkele reacties haakt men uit oogpunt van het non-discriminatiebeginsel in op voor­noemde situatie van afschakeling. Afgevraagd wordt of dit geen discriminatie oplevert ten opzichte van con­cur­renten die (nog) wél op een redundant deel van het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Ook wordt in dit kader aan­dacht gevraagd voor het feit dat vooralsnog niet concreet is uitgewerkt op welke wijze en in welke vol­­gorde die afschakeling zal plaatsvinden en wanneer aangesloten partijen ver­vol­gens weer kunnen trans­porteren over het elektriciteitsnet. Hierin mag evenmin worden gediscri­mi­neerd, al­dus die rea­geer­ders.

Men mist op dit punt duidelijke criteria. Ogenschijnlijk wordt non-discriminatie in de Nota van toelich­ting bij het besluit tot wijziging van het Be­sluit Uitvalsituaties vooral benaderd vanuit het verschil tus­sen ver­bruikers en producenten. De wetgever overweegt dat “een onderbreking van de trans­­port­dienst [een ander gevolg] heeft voor ver­bruikers en op pro­­du­centen […]. Verbruikers ontvangen geen elektriciteit bij een onderbreking, producenten kunnen even niet in­voeden. Onderbreking van tran­sport ten behoeve van verbruik dient met het oog op de leveringszeker­heid zo veel mogelijk te wor- den beperkt” (zie pagina 4 van de Nota van toelich­ting).

Toch kan het (deels) vrijgeven van het re­dundante c.q. ‘dubbele’ elek­­tri­citeitsnet (van een span­­­­­­­nings­niveau van 110 kV en hoger) ook voor pro­­ducenten verstrekkende gevolgen heb­ben. Omdat een uit­­valsituatie mogelijk niet meer direct wordt overgenomen, neemt in beginsel de be­trouw­baar­­heid van het ‘totale’ elektri­ci­teits­net (van een span­­­­­­­nings­niveau van 110 kV en hoger) af, in geval van een on­­­verwachtse onder­bre­king van het transport van de geproduceerde elektriciteit. Dat kan een grote fi­­nan­­ciële im­pact heb­ben op die producenten, mede vanwege de mogelijk daaruit voort­­vloe­iende tech­­­­ni­sche sto­­­rin­­gen.

Mogelijk complexer netbeheer als vooruitzicht

Het is afwachten of en in hoeverre de wetgever de ingediende reacties zal verwerken in het uitein­de­­- lijke besluit tot wijziging van het Besluit Uitvalsitua­ties. Maar dat de ‘spitsstrook’ van ons elektrici­teitsnet in­tensiever zal gaan worden gebruikt, is vrij zeker en in de praktijk ook breed ge­dra­gen door zowel de netbeheerders als de op het elektriciteitsnet aangesloten partijen. Het beheer van dat net – waaronder begrepen de inzet van congestiemanagement – wordt hierdoor wel weer wat comple­xer.

Wilt u meer weten over netbeheer in relatie tot uw bedrijfsvoering of heeft u in dat kader juri­dische as­­sis­­ten­tie nodig? Van der Feltz is u graag van dienst. Benader Tijn Slegers of Michelle de Rijke.