Verhulde aanvraag omgevingsvergunning leidt niet tot van rechtswege verleende vergunning

"Aan te bevelen om aanvraag voor omgevingsvergunning via officiële kanalen in te dienen"

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de ‘Afdeling’) heeft op 20 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:829) definitief een eind gemaakt aan de mogelijkheid om met een ‘verhulde’ aanvraag een omgevingsvergunning van rechtswege te verkrijgen. Deze uitspraak is onderdeel van een reeks van uitspraken waarin de Afdeling de regels omtrent het verkrijgen van een omgevingsvergunning van rechtswege aanscherpt. Zo heeft de Afdeling al in eerdere uitspraken (zie bijv. ABRvS 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3541 en ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:189) geoordeeld dat in een brief eenduidig en ondubbelzinnig kenbaar moet worden gemaakt dat is beoogd een aanvraag om een omgevingsvergunning te doen. Als de omschrijving van het initiatief summier en globaal is, is daarvan geen sprake (ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:754). Met de uitspraak van 20 maart 2019 gaat de Afdeling nog een stap verder door te oordelen dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning die niet langs de elektronische weg of met gebruikmaking van een formulier als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Bor, maar dus op andere wijze wordt aangevraagd, alleen van rechtswege kan worden verleend als de aanvraag wordt gedaan in een zelfstandig stuk en meteen duidelijk is of kan zijn dat het een aanvraag betreft. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan daarom het beste via de officiële kanalen (elektronisch via Omgevingsloket online of met gebruikmaking van het desbetreffende formulier) worden ingediend.


Aanvraag omgevingsvergunning

In deze specifieke uitspraak hadden appellanten op Texel in strijd met het bestemmingsplan en zonder een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een yurt gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: ‘het college’) heeft appellanten toen gelast onder dwangsom de yurt te verwijderen. Vervolgens is door appellanten beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Appellanten zouden namelijk in de brief waarmee zij de gronden van hun bezwaar op het handhavingsbesluit naar voren hebben gebracht, een aanvraag hebben gedaan voor een omgevingsvergunning om door middel van de kruimelgevallenregeling van artikel 4 van bijlage II van het Bor af te wijken van het bestemmingsplan.

Oordeel rechtbank

De Rechtbank Noord-Holland (hierna: ‘rechtbank’) oordeelt kort samengevat dat de omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven omdat in de brief van appellanten voldoende concreet en ondubbelzinnig wordt verzocht om een omgevingsvergunning. De rechtbank acht het in dat kader van belang dat appellanten in de brief de relevante wetsartikelen hebben genoemd. Dat de aanvraag alleen ziet op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik en niet op de activiteit bouwen is volgens de rechtbank niet van betekenis. Nu de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend, acht de rechtbank het college niet bevoegd om het handhavingsbesluit - de last onder dwangsom – te nemen.

Oordeel Afdeling

De Afdeling stelt voorop dat het belangrijk is dat voor een bestuursorgaan van meet af aan duidelijk is wanneer de regeling van de van rechtswege gegeven vergunning van toepassing is en waarop een van rechtswege gegeven omgevingsvergunning concreet betrekking heeft. Het moet om die reden dan ook duidelijk zijn wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt gedaan en op welke activiteiten de aanvraag betrekking heeft. Die duidelijkheid is er volgens de Afdeling onvoldoende als in algemene bewoordingen in een brief wordt gevraagd om een omgevingsvergunning. Deze duidelijkheid ontbreekt eveneens wanneer in correspondentie over andere besluiten, zoals in onderhavig geval, wordt gesproken over een mogelijk te verlenen omgevingsvergunning. De Afdeling geeft aan dat het accepteren van dergelijke verhulde aanvragen het risico met zich brengt dat hiervan misbruik wordt gemaakt.

De Afdeling komt in deze concrete zaak dan ook tot het oordeel dat door appellanten geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb is gedaan. Appellanten hebben de aanvraag immers niet in een zelfstandig stuk, maar vervat in een bezwaarschrift gedaan. De omgevingsvergunning is om die reden dan ook niet van rechtswege verleend.

Nu geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend, deed zich volgens de Afdeling een overtreding voor op grond waarvan het college handhavend kon en mocht optreden. De Afdeling overweegt dan ook dat het college bevoegd was om de last onder dwangsom op te leggen. Daarbij komt dat de ‘verhulde’ aanvraag alleen zag op het afwijken van het bestemmingsplan en niet op de activiteit bouwen. Zelfs indien de omgevingsvergunning wel van rechtswege was verleend, zou zich nog een overtreding voordoen, waarvoor het college bevoegd was handhavend op te treden.

Tot slot formuleert de Afdeling nog een soort van overgangsrecht. De Afdeling zal vanaf publicatie van onderhavige uitspraak immers oordelen dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning die op andere wijze is gedaan dan via de gebruikelijke elektronische weg of middels een formulier als bedoeld in artikel 4.2 lid 1 Bor, alleen als aanvraag zal worden gekwalificeerd als deze wordt gedaan in een zelfstandig stuk én voor het bestuursorgaan meteen duidelijk is of kan zijn dat het een aanvraag betreft. Dit oordeel heeft volgens de Afdeling echter geen gevolgen voor omgevingsvergunningen van rechtswege die al bekend zijn gemaakt door het bestuursorgaan en waarbij de termijn voor het instellen van beroep ongebruikt is verstreken. Ook heeft deze afdelingsuitspraak geen gevolgen voor besluiten waartegen wel al rechtsmiddelen zijn aangewend, maar waarop een uitspraak is gevolgd die in rechte onaantastbaar is geworden.

Gevolgen voor de praktijk

De conclusie is dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning het beste via de officiële kanalen, te weten elektronisch via Omgevingsloket online of met gebruikmaking van het formulier dat door het desbetreffende bestuursorgaan beschikbaar wordt gesteld, kan geschieden. Mocht desalniettemin middels een brief een verzoek om omgevingsvergunning worden gedaan, dan dient de aanvrager er in ieder geval zorg voor te dragen dat het verzoek voldoende ondubbelzinnig en concreet is én geschiedt in een zelfstandige brief om als aanvraag te kunnen worden aangemerkt. Alleen in dat geval kan immers na het verstrijken van de beslistermijn een vergunning van rechtswege worden gegeven.

Standaard op de hoogte blijven van onze juridische ervaringen? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief! Heeft u een vraag voor één van de leden van ons team over de regelgeving rondom een aanvraag voor een omgevingsvergunning? Neem dan contact met ons op, wij staan u graag te woord.