Een waarschuwing op grond van een wettelijk sanctieregime is een besluit; maak zekerheidshalve bezwaar voor 16 mei 2018

In ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1449 overweegt de Afdeling in navolging van de advocaat-generaal in zijn conclusie van 24 januari 2018 dat een waarschuwing op grond van een wettelijk sanctieregime een besluit is:

“(…) de Afdeling het volgende over het rechtskarakter van een waarschuwing die is gebaseerd op een wettelijk voorschrift.

Een dergelijke waarschuwing is in ieder geval een besluit als de waarschuwing een voorwaarde is voor het toepassen van een sanctiebevoegdheid in bepaalde situaties en dus een essentieel onderdeel is van een sanctieregime. Hierbij is, anders dan zou kunnen worden afgeleid uit de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2011, niet van belang of bij het opleggen van de sanctie nog een belangenafweging moet plaatsvinden. Het bestaan van de waarschuwing is immers hoe dan ook een toepassingsvoorwaarde voor de uitoefening van de sanctiebevoegdheid. De waarschuwing heeft binnen het sanctieregime rechtsgevolg omdat hiermee een bevoegdheid wordt ontsloten die er anders niet zou zijn, namelijk de bevoegdheid om bij een volgende overtreding een bestuurlijke sanctie op te leggen die zonder de waarschuwing niet tot de mogelijkheden zou behoren. De waarschuwing zorgt dus in die zin voor een wijziging van de rechtspositie van belanghebbende, dat bij toekomstige vergelijkbare overtredingen een andere sanctie kan worden opgelegd. Hierbij is, anders dan de staatssecretaris betoogt, niet van belang wat de looptijd van een waarschuwing is.”

In deze zaak ging het om een waarschuwing op grond van artikel 28a lid 1 van de Arbowet. Hiermee is deze waarschuwing op de wet gebaseerd. Deze waarschuwing is bovendien een voorwaarde voor de toepassing van de bevoegdheid om een bevel tot stillegging te geven bij een tweede of herhaalde overtreding. Gelet daarop is de waarschuwing op grond van art. 28a lid 1 van de Arbowet onderdeel van een sanctieregime en wordt daarom gezien als een besluit.

Dat betekent dat een verzoek om intrekking van een waarschuwing ook een besluit is.

Lessen voor de praktijk

Deze uitspraak betekent dat sinds 2 mei jl. vaststaat dat waarschuwingen op grond van een wettelijk sanctieregime een besluit zijn en dat daartegen bezwaar (of beroep) ingesteld kan worden. De vraag rijst hoe omgegaan moet worden met waarschuwingen van vóór de uitspraak. Naar mijn mening kan alsnog binnen twee weken na de uitspraak (dus uiterlijk 16 mei 2018) gemotiveerd bezwaar gemaakt worden tegen dergelijke waarschuwingen (voor zover geen bezwaarclausule was opgenomen). Dit gelet op de rechtspraak over verschoonbare termijnoverschrijding. Sinds de uitspraak van de Afdeling is namelijk bekend dat rechtsmiddelen kunnen worden aangewend tegen dit soort waarschuwingen.

Het bestaan van een waarschuwing kan in de procedure over het vervolgbesluit, in geval van art. 28a Arbowet het besluit tot stillegging, niet meer ter discussie worden gesteld. Gelet daarop is het raadzaam om (als er bezwaren tegen een waarschuwing zijn) uiterlijk op 16 mei 2018 bezwaar te maken.

Wel kan de systematiek van de regelgeving zodanig zijn dat de aan de waarschuwing ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden van belang zijn bij de beoordeling van een vervolgbesluit (bijvoorbeeld een boetebesluit). In die situatie kan niet aan de enkele omstandigheid dat de waarschuwing in rechte onaantastbaar is geworden de gevolgtrekking worden verbonden dat de feiten en omstandigheden die aan de waarschuwing ten grondslag zijn gelegd als vaststaand moeten worden aangenomen.

Door: Ronald Olivier