Strafrechtelijke aansprakelijkheid van gemeente voor slecht wegonderhoud

Casus

Na een dodelijk ongeval op een weg in de gemeente Stichtse Vecht wordt de gemeente strafrechtelijk vervolgd. De gemeente wordt nalatig wegonderhoud tenlastegelegd, alsmede het achterwege laten van verkeersmaatregelen. De Hoge Raad doet uitspraak (20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:236)


Strafrechtelijke immuniteit voor exclusieve bestuurstaken

De Staat is volledig immuun voor het strafrecht. Lagere overheden zijn op grond van de Pikmeer-arresten uit 1998 wel vervolgbaar, tenzij het delict is gepleegd in het kader van de uitoefening van een exclusieve bestuurstaak. Dat is het geval als het gaat om een bestuurlijke taak van de gemeente die uitsluitend en exclusief door een gemeente en niet door anderen dan functionarissen van die gemeenten kunnen worden verricht. Bij de uitvoering van die taken heeft de gemeente strafrechtelijke immuniteit en kan de gemeente niet vervolgd worden. De beantwoording van de vraag wat exclusieve bestuurstaken zijn wordt overgelaten aan de rechtspraak. De jurisprudentie daarover is vrij schaars. In het algemeen geldt dat gemeenten bij vergunningverlening en handhaving niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden (zo is ook de gemeente Haaksbergen ondanks grote fouten bij de vergunningverlening strafrechtelijk buiten schot gebleven bij het monstertruckdrama).

Verkeersmaatregelen exclusieve bestuurstaak

De Hoge Raad stelt voorop dat voor het niet nemen van verkeersmaatregelen (bijvoorbeeld het opleggen van lokale snelheidsbeperkingen, het plaatsen van verkeersborden of wegafzettingen) de gemeente strafrechtelijke immuniteit toekomt. Daarvoor is immers volgens de wet een verkeersbesluit nodig dat alleen door de gemeente kan worden genomen.

Wegonderhoud geen exclusieve bestuurstaak

Dit is anders voor het onderhouden van wegen. Naar het oordeel van de Hoge Raad is wegonderhoud niet aan te merken als een exclusieve bestuurstaak. Weliswaar heeft de gemeente als wegbeheerder een zorgplicht voor de staat van de gemeentelijke wegen, maar dat onderhoud kan volgens de Hoge Raad ook door anderen dan functionarissen van de gemeenten worden gepleegd. Wegonderhoud kan worden uitbesteed aan derden zonder dat daarvoor een publiekrechtelijk besluit nodig is. Van een exclusieve bestuurstaak is daarom geen sprake. Een gemeente komt aldus geen strafrechtelijke immuniteit toe voor het niet of slecht onderhouden van wegen.

Conclusie: inperking strafrechtelijke immuniteit gemeente

Strafrechtelijke vervolging van de gemeente is dus mogelijk wanneer een strafbaar feit het gevolg is van slecht onderhoud van wegen door de gemeente. De strafrechtelijke immuniteit van de gemeente is met dit arrest derhalve verder ingeperkt. Naast civielrechtelijke risicoaansprakelijkheid voor gebrekkige wegen is strafrechtelijke aansprakelijkheid dus eveneens mogelijk.

Auteur: Margot de Buck