Wob-verzoek; het belang van een nauwgezette formulering

De Afdelingsuitspraak van 22 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:759) geeft helder weer dat een Wob-verzoeker er verstandig aan doet een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet openbaarheid van bestuur, nauwgezet te formuleren. De bewoording van een Wob-verzoek bepaalt namelijk de zoekslag die een bestuursorgaan moet maken om na te gaan of de verzochte informatie onder hem berust, en in aansluiting daarop, wat de inhoud en motivering van een Wob-besluit dient te zijn.


ABRvS 22 maart 2017

In de uitspraak van 22 maart is de korpschef van de politie op grond van de Wob verzocht om openbaar te maken een afschrift van alle gegevens over verkeersovertredingen die zijn begaan met voertuigen die staan geregistreerd op naam van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de vijfentwintig regionale politiekorpsen. De Wob-verzoeker heeft daarbij specifiek verzocht om een afschrift van:

- de foto of een ander stuk waaruit de overtreding blijkt, en

- het proces-verbaal als dat is opgemaakt.

De korpschef heeft als reactie op dit verzoek, 5500 door het Centraal Justitieel Incassobureau genomen boetebeschikkingen, opgelegd aan de regionale politiekorpsen, openbaar gemaakt.

Hoewel Wob-uitspraken in de regel casuïstisch van aard zijn omdat het steeds gaat om naar bewoording afwijkende Wob-verzoeken die tevens betrekking hebben op specifieke overheidsinformatie, zijn uit deze uitspraken, zo ook in het geval van de Afdelingsuitspraak van 22 maart, vaak algemene regels af te leiden.

Andere documenten

Centraal bij een Wob-verzoek staat de overheidsinformatie waar het verzoek op ziet (vgl. artikel 3 lid 1 Wob; informatie neergelegd in documenten). Hoewel de in een Wob-verzoek genoemde documenten, afhankelijk van de formulering van het verzoek, wel de zoekslag die het bestuursorgaan moet maken bepaalt, betekent het voorgaande dat een bestuursorgaan in beginsel tegemoet kan komen aan een Wob-verzoek door andere documenten openbaar te maken dan de documenten die in een Wob-verzoek worden genoemd, zolang uit die andere documenten de verzochte informatie maar volgt. De Afdeling bestuursrechtspraak vertaalt dit uitgangspunt in onderhavige zaak als volgt:

“Gelet op de bewoordingen van het verzoek ziet het op aan de boetebeschikkingen ten grondslag liggende stukken. Het verzoek ziet niet op de boetebeschikkingen als zodanig. Dat betekent echter niet dat in de boetebeschikkingen geen informatie is vervat waarop het verzoek betrekking heeft.”

Als hoofdregel geldt wel dat de gevraagde informatie slechts in een andere dan de door verzoeker gevraagde vorm kan worden verstrekt indien de gevraagde vorm een aanzienlijke extra tijdsinspanning vergt én met de andere vorm geen relevante informatie wordt onthouden. In deze zaak werd door alleen de boetebeschikkingen openbaar te maken, relevante informatie aan de Wob-verzoeker onthouden omdat in processen-verbaal of brongegevens – zoals is komen vast te staan – andere informatie is opgenomen waarop het Wob-verzoek (ook) betrekking heeft.

Toereikend onderzoek

Van belang is verder, zoals ook blijkt uit deze uitspraak, dat het bestuursorgaan zeker in het geval dat een Wob-verzoek betrekking heeft of kan hebben op een groot aantal documenten, een toereikend onderzoek moet verrichten of er documenten zijn opgesteld waarin de verzochte informatie is opgenomen.

Pas na een dergelijk onderzoek kan een bestuursorgaan stellen dat een bepaald document er niet is of niet langer meer onder hem berust. Indien een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek van het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt hierover in deze uitspraak als volgt (r.o. 7.4):

“De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de korpschef in het besluit van 15 juli 2015 niet toereikend heeft geïnventariseerd en toegelicht welke processen-verbaal of brongegevens onder hem berusten en dat de korpschef ten onrechte heeft nagelaten te motiveren om welke reden welke informatie niet openbaar gemaakt kan worden.”

Geen vervaardigingsplicht, maar…

De Wob verplicht een bestuursorgaan voorts niet tot het vervaardigen van documenten. Dit betekent evenwel niet dat, indien gegevens in een digitaal systeem zijn opgeslagen, een bestuursorgaan niet hoeft te onderzoeken of die gegevens op zichzelf reeds onder de Wob-vallen. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt hierover dat (r.o. 4.2):

“Ter zitting van de Afdeling is gebleken dat niet duidelijk is of in alle gevallen waar het verzoek op ziet geen proces-verbaal als zodanig in het politiesysteem aanwezig is. Voor zover dat niet zo is, kan met de gegevens in dat systeem een proces-verbaal worden vervaardigd. De korpschef heeft weliswaar terecht het standpunt ingenomen dat de Wob hem niet tot het vervaardigen van documenten verplicht, maar hij heeft miskend dat in dit geval wel dient te worden bezien of de gegevens in het politiesysteem waarmee het proces-verbaal kan worden vervaardigd onder de Wob vallen."

Mogelijk dienen de relevante gegevens die zichtbaar zijn in het politiesysteem, door middel van een schermafdruk te worden verstrekt aan de verzoeker. Een dergelijke verstrekking wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak in beginsel niet aangemerkt als het vervaardigen van een document (vgl. ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1138, r.o. 3.1).

Slotsom

Uit deze uitspraak blijkt dat de bewoording die is gekozen voor een verzoek om informatie, van doorslaggevende betekenis kan zijn voor de zoekslag die een bestuursorgaan moet maken om na te gaan of de verzochte informatie onder hem berust en daarmee hoe het Wob-besluit dient te luiden. In deze zaak heeft de gekozen bewoording (het woordje ‘en’ in plaats van ‘of’)  tot gevolg gehad dat de korpschef opnieuw dient te beslissen op het bezwaar van de Wob-verzoeker, voor zover dat ziet op de processen-verbaal of brongegevens die betrekking hebben op verkeersovertredingen begaan met voertuigen geregistreerd op naam van de politiekorpsen onderscheidenlijk de betrokken ministeries.

 

Auteur: Mark West