Nieuwe lijn Afdeling: illegaal gebruik telt niet mee voor de start van de tienjaarstermijn van tijdelijke kruimelvergunning

Casus

In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2212 gaat het om de vraag of bij het bepalen van de maximale tijdsduur van een tijdelijke kruimelvergunning ook gekeken moet worden naar de voorafgaande periode waarin illegaal van de bestemming werd afgeweken. Aan de orde is een tijdelijke omgevingsvergunning voor de bouw en het gebruik van twee chalets op een recreatiepark in de gemeente Gemert-Bakel. De bewuste chalets zijn al meer dan tien jaar zonder vergunning aanwezig en in gebruik. 


Tijdelijke kruimelafwijking

Het in 2014 gewijzigde Besluit omgevingsrecht (Bor) biedt in artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II de mogelijkheid om middels de verkorte vergunningsprocedure tijdelijk af te wijken van de bestemming voor maximaal tien jaar. Vóór deze wijziging kon alleen een tijdelijke vergunning voor planologisch strijdig gebruik worden verleend via de uitgebreide procedure, voor maximaal vijf jaar en mits kon worden aangetoond dat er sprake was van een tijdelijke behoefte. Onder het vigerende regime is een tijdelijke vergunning mogelijk voor een permanente behoefte, mits het feitelijk mogelijk en aannemelijk is dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Bij de bouw van een woning is dat in principe het geval, nu een woning weer kan worden gesloopt en verwijderd (zie Nota van Toelichting, Staatsblad 2014, 333, pagina 24 en verder).

Oordeel rechtbank: start illegaal gebruik is bepalend voor tienjaarstermijn

De rechtbank was van oordeel dat de periode van tien jaar is gaan lopen vanaf het moment waarop de met het bestemmingsplan strijdige bouw of gebruik een aanvang neemt. Nu de chalets al meer dan 10 jaar op het perceel aanwezig zijn, was het college volgens de rechtbank niet langer bevoegd een tijdelijke omgevingsvergunning op grond van artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II bij het Bor te verlenen. Dit oordeel stemt overeen met oudere jurisprudentie over tijdelijke vrijstellingen ex artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (“WRO”). Ook destijds werd feitelijk gebruik bepalend geacht voor de aanvang van de afwijkingstermijn.  

Oordeel Afdeling: datum tijdelijke vergunningverlening is bepalend voor tienjaarstermijn

De Afdeling stelt voorop dat uit de toelichting op art. 4 lid 11 bijlage II Bor volgt dat verlening van meerdere tijdelijke vergunningen voor afwijkend gebruik mogelijk is, mits de totale tijdsduur van tien jaar niet wordt overschreden. De Afdeling wijst vervolgens op de uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:487, waarin reeds is bepaald dat de termijn van tien jaar aanvangt bij de eerste verlening van een tijdelijke vergunning voor strijdig gebruik, ook als die vergunning is verleend op een andere grondslag dan artikel 4, aanhef en elfde lid, van bijlage II bij het Bor.

De Afdeling stelt vast dat de tekst van art. 4 lid 11 bijlage II Bor, noch de toelichting op dit artikel aanknopingspunten geeft voor het oordeel dat illegaal gebruik voorafgaand aan de eerste tijdelijke vergunningverlening mee moet tellen bij het bepalen van de termijn van tien jaar. Nu voor het planologisch strijdig gebruik van de chalets niet eerder een tijdelijke vergunning is verleend, was het college naar het oordeel van de Afdeling derhalve bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor ten hoogste tien jaar.

Afronding

Ook deze uitspraak maakt duidelijk dat de in 2014 verruimde kruimellijst veel meer mogelijkheden biedt dan het woord “kruimel” doet vermoeden. Hoewel niet telkens opnieuw op grond van onderdeel 11 voor de duur van tien jaar vergunning kan worden verleend voor dezelfde activiteit, mag nu wel een tijdelijke vergunning voor de maximale termijn worden verleend voor een reeds vele jaren bestaande illegale situatie.
De Afdeling lijkt geen moeite te hebben met de tijdelijkheid van de vergunning. In theorie is het natuurlijk mogelijk en aannemelijk dat de chalets zonder onomkeerbare gevolgen kunnen worden weggehaald, maar nu de chalets al zo lang ter plaatse permanent aanwezig zijn, had een wijziging van het bestemmingsplan mijns inziens meer voor de hand gelegen. Na het verstrijken van de tienjaarstermijn dient hiertoe hoe dan ook te worden overgegaan.

Auteur: Margot de Buck