Eigendomsverkrijging door bezitter te kwader trouw

26-04-2017

Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:309) blijkt dat het voor verkrijgende verjaring door een bezitter te kwader trouw voldoende is dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde eisen. De rechthebbende hoeft geen kennis te hebben gehad van dit bezit. Vernieuwend aan dit arrest is dat de Hoge Raad duidelijk maakt, dat de rechthebbende de bezitter te kwader trouw aansprakelijk kan stellen op grond van onrechtmatige daad. Het ligt dan voor de hand dat de rechthebbende zijn verloren eigendom terugkrijgt bij wijze van schadevergoeding in natura.


Feiten

Achter het perceel van verweerders ligt een bosperceel dat in eigendom is van de gemeente Heusden (verder: de gemeente). Op een gegeven moment hebben de verweerders een stuk van dit bosperceel omheind. De gemeente heeft het voornemen om werkzaamheden uit te voeren op het bosperceel en laat verweerders per brief weten dat het daarvoor dient te beschikken over het stuk grond dat nu in ‘illegaal gebruik’ is bij verweerders. In een reactie op deze brief hebben verweerders zich op het standpunt gesteld dat zij door verjaring eigenaar van het stuk bosperceel zijn geworden.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad gaat allereerst in op de vraag wanneer er sprake is van bezit aan de kant van de niet-rechthebbende. Daarvoor is het voldoende dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde eisen. Het is niet vereist dat de eigenaar weet heeft van de bezitsdaden. Van belang is dat de bezitsdaden naar buiten toe kenbaar moeten zijn. Bovendien gaat het argument dat de bezitsdaden onvoldoende kenbaar zouden zijn, omdat zij alleen door het doen van onderzoek aan het licht zouden kunnen komen, niet op.

Vervolgens bespreekt de Hoge Raad de mogelijkheid voor de oorspronkelijke eigenaar om de zaak weer terug in eigendom te krijgen. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om zowel de bezitter te goeder trouw, als de bezitter te kwader trouw voor eigendomsverkrijging door verjaring in aanmerking te laten komen. Deze keuze neemt echter niet weg dat de voormalige eigenaar een vordering uit onrechtmatige daad kan instellen tegen de verkrijger te kwader trouw. Een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, terwijl hij weet dat een ander de eigenaar is, handelt immers onrechtmatig. Als de vordering uit onrechtmatige daad slaagt, ligt het voor de hand dat de rechter oordeelt dat de bezitter de wederrechtelijk in bezit genomen zaak, bij wijze van schadevergoeding in natura, aan de oorspronkelijke rechthebbende moet overdragen. De bezitter kan de oorspronkelijke eigenaar niet tegenwerpen dat er sprake is van eigen schuld als deze heeft nagelaten om regelmatig onderzoek te doen naar eventuele inbezitnemingen.

Conclusie

Hoewel het mogelijk is voor een bezitter te kwader trouw om door middel van verjaring de eigendom van een zaak te verkrijgen, kan de oorspronkelijke eigenaar deze zaak weer terugkrijgen met behulp van een vordering uit onrechtmatige daad. Als aan alle vereisten voor een onrechtmatige daad is voldaan, ligt het voor de hand dat de rechter oordeelt dat de bezitter te kwader trouw de zaak bij wijze van schadevergoeding in natura weer terug moet overdragen aan de oorspronkelijke eigenaar.

Praktische gevolgen

Het arrest laat een opvallende tegenstelling zien. Enerzijds heeft de wetgever er bewust voor gekozen verkrijgende verjaring door de bezitter te kwader trouw mogelijk te maken. De bezitter te kwader trouw kan zijn verkregen eigendom laten inschrijven in het kadaster. Zo wordt de feitelijke situatie in overeenstemming gebracht met de juridische situatie. Anderzijds kan de bezitter te kwader trouw, als gevolg van dit arrest van de Hoge Raad, worden “gestraft” door gebruik te maken van deze wettelijke mogelijkheid. Hij riskeert een vordering uit onrechtmatige daad. Het is uiteraard wel aan de oorspronkelijke eigenaar om die vordering uit onrechtmatige daad op tijd in te stellen.

Auteur: Myrthe Nielen