Onduidelijke formulering vergunningaanvraag leidt tot overtreding

Het is belangrijk om aanvragen voor vergunningen zorgvuldig te formuleren. De formulering kan later namelijk beslissend zijn voor de vraag of sprake is van een overtreding of niet. Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) illustreert dat.


Combineren winkels en horeca

In deze uitspraak gaat het om een delicatessenzaak/traiteur in zogenoemde huiskamerstijl, waarin ook meubels te koop zijn. Dit is een mooi voorbeeld van de behoefte van ondernemers om winkels en horeca te combineren. Zo zijn er ook boekwinkels die een glas wijn serveren. Onderdeel van het initiatief van de ondernemer in de zaak waarover de Afdeling uitspraak doet, is het plaatsen van een aantal tafels. Deze zaak gaat over die tafels.

Strijd met het bestemmingsplan

De toezichthouders van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum (“stadsdeel”) constateren namelijk dat er zowel op de begane grond als op de eerste verdieping vijf tafels stonden. Dat is in strijd met het bestemmingsplan en staat ook niet ter discussie. Het stadsdeel legde vervolgens een last onder dwangsom op wegens strijd met het bestemmingsplan. In bezwaar handhaaft het stadsdeel de last onder dwangsom met aanvulling van de mogelijkheden om de overtreding te beëindigen.

De initiatiefnemer had echter een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning in voor “een minimaal aantal tafels (4) (…) in de winkel”. Deze vergunning is vervolgens van rechtswege verleend. Deze formulering in de aanvraag blijkt vervolgens onduidelijk te zijn.

De initiatiefnemer gaat namelijk in beroep en vraagt een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter. Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd, maar uit de uitspraak van de Afdeling blijkt dat de voorzieningenrechter kortsluit, en ook meteen uitspraak doet op het beroep (art. 8:86 Awb). De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar en herroept het primaire besluit. Volgens de uitspraak van de Afdeling komt de voorzieningenrechter namelijk tot de conclusie dat een vergunning is aangevraagd voor minimaal vier tafels. De conclusie van de voorzieningenrechter is dat het stadsdeel niet bevoegd was handhavend op te treden. Het stadsdeel gaat vervolgens in hoger beroep tegen deze uitspraak van de voorzieningenrechter.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt vervolgens dat het stadsdeel bij het nemen van het besluit op bezwaar ten onrechte had getoetst aan het beleid in plaats van aan het bestemmingsplan en de (van rechtswege) verleende omgevingsvergunning. Die constatering leidt ertoe dat de motivering van het besluit op bezwaar én de in bezwaar gewijzigde last onder dwangsom onjuist zijn.

De Afdeling concludeert dan ook dat de voorzieningenrechter het besluit op bezwaar terecht heeft vernietigd, maar wel op onjuiste gronden. De Afdeling leest de zin “een minimaal aantal tafels (4) (…) in de winkel” namelijk anders dan de voorzieningenrechter. Volgens de Afdeling betekent deze zin namelijk maximaal vier tafels.

Deze lezing betekent dat wel degelijk sprake is van een overtreding. De toezichthouders hadden tijdens hun controle namelijk meer dan vier tafels geconstateerd. Omdat het stadsdeel dus wel bevoegd was handhavend op te treden heeft de voorzieningenrechter dan ook ten onrechte het primaire besluit herroepen. De voorzieningenrechter had het stadsdeel in de gelegenheid moeten stellen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De Afdeling biedt het stadsdeel deze mogelijkheid nu alsnog.

Lessen voor de praktijk

Deze uitspraak leert dat het voor bedrijven belangrijk is om aanvragen voor (omgevings)vergunningen zorgvuldig te formuleren. Dat is uiteraard bij alle aanvragen het geval, maar in het bijzonder als de lex silencio positivo van toepassing is. Als het bevoegd gezag niet tijdig beslist en vergunning van rechtswege wordt verleend, is namelijk hetgeen in de aanvraag omschreven staat vergund. Een onduidelijke formulering in de aanvraag leidt later tot onzekerheid of een activiteit is vergund, en kan mogelijk leiden tot al dan niet terechte handhaving.

Auteur: Ronald Olivier