Gemeenteraad weigert een bestemmingsplan vast te stellen voor woningen in Herpen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag, op 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:615, uitspraak gedaan over de weigering van de gemeenteraad van Oss om het bestemmingsplan 'Berghemseweg-Heiweg-Herpen-2016' vast te stellen. De gemeenteraad is bevoegd een bestemmingsplan vast te stellen en derhalve ook bevoegd een bestemmingsplan niet vast te stellen. De raad beslist door stemming. Welke argumenten daaraan ten grondslag liggen, is niet altijd duidelijk. De verschillende raadsleden en fracties kunnen verschillende (politieke) motieven hebben om voor of tegen een besluit te stemmen. Het resultaat van de stemming, het besluit, moet echter wel voldoende zijn gemotiveerd. En dat gaat niet altijd goed bij een weigering. Zo ook in deze zaak.


Het bestemmingsplan voorziet onder meer in de komst van zes extra woningen. Om de komst van de woningen planologisch mogelijk te maken, moet de eigenaar van een LPG-tankstation zijn tankstation verwijderen. Ter compensatie daarvan, en ter compensatie van de verwijdering van zijn bedrijfswoning en garagebedrijf op die locatie, zou hij dan de zes woningen mogen bouwen. Volgens de raad draagt het bestemmingsplan echter niet bij aan de verbetering van de entree van Herpen en zouden de betreffende zes woningen ook het landelijke gebied aantasten. Verder zou er geen maatschappelijk draagvlak voor de zes woningen bestaan.

De Afdeling is van oordeel dat de weigering op dit onderdeel niet goed is gemotiveerd, juist nu al jaren het voornemen binnen de gemeente bestaat om de dorpsentree van Herpen te verbeteren en de gronden van appellant daarbij te betrekken. Daarbij is woningbouw steeds een uitdrukkelijke optie geweest. Gelet op de gehele voorgeschiedenis had de raad nader moeten motiveren waarom hij nu op het standpunt staat dat woningbouw op het perceel van appellant niet wenselijk is. Hoewel de raad niet gebonden is aan een anterieure overeenkomst (vgl. uitspraak van de ABRvS van 26 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1052), is dit wel een omstandigheid die de raad bij de vaststelling van het plan in zijn overwegingen dient te betrekken. De raad heeft hier niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij de belangen van appellant bij het bestreden besluit heeft betrokken. Daarbij acht de Afdeling van belang dat appellant afstand heeft gedaan van zijn bouwmogelijkheden en geen planschade zal vragen. De Afdeling vernietigt het raadsbesluit en geeft opdracht aan de raad een nieuw besluit te nemen.

Auteur: Margot de Buck