Ondanks rechtmatige vergunningverlening, geen proefboringen bij Schiermonnikoog

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State acht de vergunningverlening aan ENGIE voor het uitvoeren van proefboringen naar aardgas nabij Schiermonnikoog rechtmatig. Dat blijkt uit de uitspraak 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:397. Dezelfde dag heeft ENGIE niettemin kenbaar gemaakt af te zien van het boorproject.


Het (proef)boren naar en het winnen van aard- dan wel schaliegas is een hot item in de politiek. En terecht. Bij dergelijke grote projecten komen veel maatschappelijke belangen kijken, niet in de laatste plaats uit oogpunt van een goede bescherming van het milieu en de natuur. Maar hoe werkt een continue voortschrijdende politieke realiteit nou door in de besluitvorming van een vergunningverlener? Deze uitspraak geeft hier een mooi doorkijkje in.

Scheiding der machten

In beroep wijzen appellanten erop dat er een politiek proces gaande is waaruit zou blijken dat de politiek tegen de proefboringen bij Schiermonnikoog is. De vergunningverlener zou met dit gegeven ten onrechte geen rekening hebben gehouden bij de vergunningverlening. Er zou sprake zijn geweest van een onzorgvuldige besluitvorming, aldus appellanten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State veegt deze beroepsgrond van tafel: de politieke realiteit is niet zonder meer de juridische realiteit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat zolang een wet niet is aangepast of daaruit niet kan worden afgeleid dat de bestaande wettelijke kaders niet langer mochten worden toegepast, de vergunningverlener - uit oogpunt van zorgvuldigheid - enkel rekenschap hoeft te geven van de toepasselijke wettelijke criteria. Oftewel: zolang de politieke realiteit niet is vertaald in een formeel wettelijk kader, vormt die realiteit geen grondslag voor de vergunningverlening. Het zou eerder als onzorgvuldig hebben te gelden indien de vergunningverlener haar besluitvorming afhankelijk zou maken van de politieke waan van de dag.

Het voorgaande zal niet anders zijn bij andere politiek gevoelige onderwerpen - bijvoorbeeld de boringen naar schaliegas of de gaswinning in Groningen - voor zover die nog geen vertaling hebben gehad in het toepasselijke wettelijke kader.

Persoonsgebonden vergunning

Een ander interessant punt is de stand van zaken nu ENGIE afziet van het boorproject. Uit de uitspraak blijkt dat aan ENGIE onder meer een omgevingsvergunning milieu is verleend (artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo). Er bestaat een onderscheid tussen een zaaksgebonden vergunning en een persoonsgebonden vergunning. Een vergunning is zaaksgebonden indien is deze gekoppeld aan het onroerend goed waarop de vergunning betrekking heeft; een dergelijke vergunning is (automatisch) overdraagbaar. Een persoonsgebonden vergunning daarentegen niet; deze moet steeds opnieuw worden aangevraagd indien het onroerend goed wordt overgedragen. Een omgevingsvergunning milieu is zaaksgebonden van aard (artikel 2.25 lid 1 Wabo). In diverse nieuwsberichten naar aanleiding van de uitspraak wordt niettemin aangegeven dat 'de vergunning' specifiek aan ENGIE is verleend en niet overdraagbaar zou zijn aan een andere welwillende partij. Mogelijk dat men hier doelt op de zogenaamde opsporingsvergunning die krachtens de Mijnbouwwet wordt verleend. Die vergunning is inderdaad persoonsgebonden van aard. De onderhavige uitspraak heeft daar echter geen betrekking op.

Auteur: Tijn Slegers