Onteigende is geen rente verschuldigd over het terug te betalen voorschotbedrag

In het arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2017 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de vraag of een onteigende gehouden is de wettelijke rente te betalen aan de onteigenaar als uiteindelijk blijkt dat het voorschot op de schadeloosstelling hoger is dan de uiteindelijke schadeloosstelling. De Hoge Raad beslist dat dit niet het geval is en gaat daarmee ‘om’ ten opzichte van zijn eerdere jurisprudentie.


Het arrest

Het voorschot dat de onteigende had ontvangen bleek hoger te zijn dan de uiteindelijke schadeloosstelling. Daarom moest de onteigende een deel van het voorschot terugbetalen. De vraag rees of de onteigende een rentevergoeding moest betalen over het terug te betalen bedrag. Om twee redenen is dat volgens de Hoge Raad niet het geval. In de eerste plaats niet omdat de schadeloosstelling slechts bestond uit de vergoeding van de waarde van het onteigende. Een veroordeling tot betaling van de wettelijke rente komt dan in strijd met de in de rechtspraak van de Hoge Raad aanvaarde regel dat bij de berekening van de aan de onteigende toekomende schadeloosstelling de voor hem uit de onteigening voorvloeiende voor- en nadelen met elkaar verrekend mogen worden, waarbij de voordelen niet in mindering mogen worden gebracht op de werkelijke waarde van het onteigende. In de tweede plaats beslist de Hoge Raad dat er in algemene zin geen sprake kan zijn van een door de onteigende te betalen rentevergoeding. De Hoge Raad gaat daarmee “om” ten opzichte van zijn eerdere jurisprudentie en geeft daarvoor onder meer als reden dat het vooral in de risicosfeer van de onteigende ligt dat het voorschot op een te hoog bedrag is vastgesteld.

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

Aangezien de onteigende geen wettelijke rente is verschuldigd in het geval de uiteindelijke schadeloosstelling lager is dan het betaalde voorschot op de schadeloosstelling, geniet de onteigende een voordeel. De onteigenaar leidt daarentegen schade aangezien hij de wettelijke rente die de onteigende over het hogere bedrag van het voorschot op de schadeloosstelling geniet niet vergoed kan krijgen. Om het mislopen van deze rente te voorkomen verdient het aanbeveling dat de onteigenaar het finale aanbod zo laag mogelijk houdt, waardoor het voorschot op de schadeloosstelling eveneens lager wordt. Dat voorschot is immers in beginsel 90% van dat aanbod (zie art. 54i lid 2 Ow). Bij een lager voorschotbedrag is de kans immers kleiner dat de onteigende een hoog bedrag terug moet betalen, over welk bedrag de onteigenaar rente is misgelopen. De onteigenaar moet wel in gedachte houden dat wordt voldaan aan de maatstaf van art. 17 Ow en dat het bod als een voldoende serieus bod kan worden aangemerkt.


Auteur: mr. E. Baljić