Overzicht uitwerking Didam-arrest

 

Datum

Instantie

Inhoud

Hyperlink

20 september 2022

Rechtbank Midden-Nederland

De gemeente Gooise Meren is benaderd door ProRail voor de verkoop van een stuk grond. De gemeente is uitsluitend in het openbaar belang en slecht voor het doel van ProRail – het oplossen van het tekort aan elektrische energie en de impact die het nalaten van dergelijke oplossingen heeft op het laten rijden van de treinen in de omgeving van de gemeente, maar ook verder in het land - bereid om de grond te verkopen. De gemeente Gooise Meren heeft voldoende uiteengezet dat voor de verwezenlijking van het doel van de gemeente maar één serieuze gegadigde is.

Hoewel de gemeente haar voornemen tot verkoop van de grond aan ProRail niet op de vereiste wijze heeft bekend gemaakt, maakt dat het oordeel dat er maar één serieuze gegadigde is niet anders, omdat dit gebrek er niet toe leidt dat de vorderingen van eiser kunnen worden toegewezen. In de procedure heeft de gemeente alsnog helderheid gegeven over de motivering.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3743

 

16 september 2022

Rechtbank Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft in het gemeenteblad de verkoop/uitgifte in erfpacht aangekondigd van zes objecten aan RBCV. In deze zaak is tussen partijen in geschil of de gemeente heeft voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de uitzondering op de verplichting tot het in het kader van die verkoop doorlopen van openbare selectieprocedure.

De gemeente mocht, bij voorbaat, redelijkerwijs aannemen dat RBCV de enige serieuze gegadigde is die in aanmerking kwam voor de aankoop/uitgifte. Daarbij mocht de gemeente van doorslaggevend belang achten dat zonder medewerking van erfpachter de integrale gebiedsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd, omdat de fabriek dan niet, binnen afzienbare tijd, kan worden verplaatst.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7887

14 september 2022

Rechtbank Overijssel

De provincie Overijssel heeft een grondruil voorgenomen zonder openbare selectieprocedure. De provincie wordt in het gelijk gesteld dat zij aan de hand van selectiecriteria heeft mogen aannemen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Die criteria zijn grondruil ter voorkoming van onteigening, mits op basis van de ligging van de compensatiegrond en het te compenseren grondoppervlak vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat daarvoor slechts een serieuze gegadigde in aanmerking komt. Voor zover op basis van het eerste criterium (grondruil ter voorkoming van onteigening) meerdere partijen als koper in aanmerking komen, wordt volgens de provincie enkel afgezien van het bieden van mededingingsruimte als op grond van de andere twee criteria redelijkerwijs slechts één gegadigde in aanmerking komt, te weten: de ligging van de te verkopen percelen (“de compensatiegronden”) en de te compenseren oppervlakte.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2584&showbutton=true&keyword=didam

 

25 augustus 2022

Rechtbank Gelderland

De gemeente Zevenaar heeft een perceel zonder openbare selectieprocedure verkocht. De gemeente heeft haar voornemen tijdig en zodanig bekend gemaakt dat een ieder daarvan kennis heeft kunnen nemen. De gemeente heeft in de publicatie gemotiveerd waarom haars inziens bij voorbaat vaststond dat slecht één serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Naar aanleiding van de publicatie heeft alleen eisende partij bezwaar gemaakt. Deze partij is echter niet aan te merken als gegadigde, nu deze niet de gehele percelen wenst te kopen. De gemeente mocht daarom redelijkerwijs aannemen dat er éen gegadigde was.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:5141

 

22 augustus 2022

Rechtbank Midden-Nederland

De gemeente Almere heeft voor de verkoop van een perceel geen openbare selectieprocedure gehouden. De gemeente stelt dat er op basis van de selectiecriteria één serieuze gegadigde is.

Uit de publicatie blijkt dat de gemeente de aard van de beoogde ontwikkeling op het perceel (overwegend sociale huurwoningen), de realisatie van haar woonbeleid (voorzien in de behoefte van sociale en betaalbare huurwoningen) en de waarborgen die een woningcorporatie in dat kader biedt (voortvloeiend uit de Woningwet) doorslaggevend heeft geoordeeld bij de selectie van een woningcorporatie.

De gemeente heeft, mede gelet op de aan haar toekomende beleidsruimte, voldoende gemotiveerd een objectief, toetsbaar en redelijk criterium ten grondslag gelegd aan de conclusie dat slechts een woningcorporatie voor de verkoop van het perceel in aanmerking komt.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:3350

 

4 augustus 2022

Rechtbank Noord-Holland

De gemeente Beverwijk heeft in het kader van de verlenging van bestaande huurovereenkomsten ten behoeve van de exploitatie van strandhuisjes geen mededingingsruimte geboden.

Aannemelijk dat de bodemrechter in de onderhavige situatie zal oordelen dat de gemeente redelijkerwijs mocht oordelen dat de zittende huurders de enige serieuze gegadigden zijn. In dit kader vormen alleen al de door de zittende huurders onbetwist gedane investeringen in het strand een objectief, toetsbaar en redelijk criterium op grond van de gemeente de zittende huurders een voorrangspositie heeft kunnen geven.

De gemeente kan niet worden verweten dat zij de verlenging van de huurovereenkomsten niet vooraf heeft betekend gemaakt, omdat deze het Didam-arrest stamt van na die verlenging.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7046

 

8 juli 2022

Rechtbank Oost-Brabant

De Provincie Noord-Brabant c.s. hadden een overeenstemming bereikt over een ruilovereenkomst. Deze voorgenomen grondruil is bekendgemaakt. Grondruil is onderhevig aan de toets van het Didam-arrest. Daarom moeten provincie c.s. in beginsel ruimte bieden aan gegadigden om middels een openbare selectieprocedure met te dingen naar de verwerving van de percelen.

De provincie c.s. mochten afzien van deze procedure omdat zij genoegzaam gemotiveerd hebben dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt. Deze kandidaat is de enige die de eigendom kan overdragen van de percelen die de provincie c.s. nodig hebben om de gestelde natuurdoelen te realiseren. Nu de in ruil hiervoor verlangde overdracht van de percelen plaatsvindt tegen de actuele marktwaarde met bijbetaling van het waardeverschil valt de voorgenomen transactie binnen het bereik van de in het Didam-arrest benoemde uitzondering.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:2962

 

26 juni 2022

Hof Arnhem-Leeuwarden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winschoten had in 1993 besloten aan een partij een verpacht stuk agrarische grond te verkopen. Dit besluit uit 1993 heeft de gemeente terecht uitgelegd als een verplichting om met deze partij in onderhandeling te treden. Als zodanig is die toezegging echter onvoldoende om te kunnen concluderen dat de beoogd koper als enige voor koop in aanmerking komt. Maar de toezegging is ook niet betekenisloos. Vanwege de toezegging is er geen sprake van gelijkheid tussen de koper en de appellant. De gemeente heeft de belangen en wensen van overige (potentiële) gegadigden geïnventariseerd en bij de onderhandelingen met de koper betrokken. Dit is op voldoende wijze gebeurd. Het enkele feit dat de omwonenden de voorkeur gaven aan de verkoop aan appellant en het feit dat deze bereid was om de vraagprijs te betalen, verplichtte de gemeente niet het perceel aan hem te verkopen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2022:6448

 

22 juni 2022

Rechtbank Gelderland

De gemeente Zevenaar heeft ten behoeve van de verkoop van kavels een uitgifteprocedure georganiseerd. Daarbij was het inschrijfmoment een relevante voorwaarde. De gemeente meent dat de procedure strijdig is met de eisen uit het Didam-arrest. Gemeente heeft uitgifteprocedure gestaakt en vervolgens een nieuwe uitgifteprocedure gestart.

De spelregels in de eerste uitgifteprocedure waren niet in strijd met de criteria van het Didam-arrest, waardoor de gemeente deze niet had hoeven en onder de gegeven omstandigheden niet had mogen afbreken. De methode om eerdere inschrijving mee te wegen bij latere inschrijvingen, was objectief, toetsbaar en redelijk.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3065

 

6 april 2022

Rechtbank Gelderland

De gemeente Montferland heeft een openbare inschrijving voor de verkoop van een kavel gehouden. Er is een koopovereenkomst met de hoogste bieder gesloten. De gemeenteraad heeft niet ingestemd met deze koopovereenkomst, omdat zij wil dat de kavel aan een derde wordt verkocht.

Door de openbare inschrijving staat dat er meerdere gegadigden waren. De gemeenteraad heeft de goedkeuring van de koopovereenkomst tussen de gemeente en de hoogste bieder enkel onthouden met het doel om de koopovereenkomst tussen de derde en de gemeente mogelijk. Daarmee heeft de gemeenteraad het gelijkheidsbeginsel geschonden.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:1618

 

18 maart 2022

Rechtbank Midden-Nederland

De gemeente Nieuwegein heeft onderhands een koopovereenkomst gesloten met Shell. Volgens de voorzieningenrechter was de gemeente op het moment van het sluiten van de overeenkomst, dat was voor het Didam-arrest, al gebonden aan het beginsel van gelijke behandeling.

De gemeente heeft niet op voorhand duidelijk gemaakt dat zij criteria heeft gehanteerd bij de verkoop, laat staan welke. Pas tijdens de gerechtelijke procedure heeft de gemeente deze kenbaar gemaakt (duurzaamheidseisen en bereidheid Shell om LGP-vulpunten op twee andere locaties te verwijderen).

Gemeente had voornemen tot onderhandse verkoop bekend moeten maken, voorafgaande aan de verkoop. Daarmee is de handelswijze van de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De gemeente mag daardoor geen uitvoering geven aan de koopovereenkomst; eerst zal een gemotiveerde bekendmaking moeten plaatsvinden.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:1017

 

28 januari 2022

Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten

De Minister heeft zonder onderliggend uitgiftebeleid besluit genomen tot uitgifte van aantal percelen in erfpacht. Onder verwijzing naar het Didam-arrest wordt deze handelswijze afgekeurd, omdat (potentiële) gegadigden gelijk en zonder willekeur moeten worden behandeld.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:OGEAM:2022:7

26 november 2022

Hoge Raad

Het gaat in deze zaak om een privaatrechtelijke overeenkomst waarbij een overheidslichaam een onroerende zaak verkoopt. De gemeente Montferland wilde namelijk een locatie in Didam verkopen aan een projectontwikkelaar. Bij de gemeente had zich ook een vastgoedonderneming als gegadigde gemeld voor de aankoop van deze locatie. De gemeente verkoopt de grond echter aan de projectontwikkelaar.

De Hoge Raad meent dat op grond van art. 3:14 BW een bevoegdheid die krachtens het burgerlijk recht aan een overheidslichaam toekomt, niet in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht mag worden uitgeoefend. Hiertoe behoren de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel.

Uit het gelijkheidsbeginsel vloeit volgens de Hoge Raad voort dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) kopers om mee te dingen. Dit geldt alleen als er meerdere gegadigden zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam objectieve, toetsbare en redelijke criteria moeten formuleren, aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd.

De Hoge Raad formuleert een uitzondering waarin er geen mededingingsruimte geboden hoeft te worden. Dat is het geval wanneer bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval dient het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop tijdig voorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend te maken dat een ieder daarvan kennis kan nemen, waarbij gemotiveerd dient te worden waarom er bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1778