Leidt de nieuwe wet handhaving kraakverbod tot snellere ontruiming van krakers?

03-06-2021

Het komt geregeld voor dat vastgoed enige tijd leegstaat, bijvoorbeeld in afwachting van herontwikkeling of verkoop door de eigenaar. Het risico schuilt erin dat leegstaand vastgoed wordt gekraakt. In Nederland is het kraken van panden sinds de inwerkingtreding van de Wet kraken en leegstand in 2010 verboden, waardoor krakers strafbaar handelen wanneer zij hun intrek nemen in een leegstaand pand. De eigenaar van een gekraakt pand kan aangifte doen bij de politie en aangeven dat hij ontruiming van het gekraakte pand wenst. In de praktijk kan het vanaf de aangifte nog 8 weken duren voordat een pand daadwerkelijk ontruimd wordt, omdat krakers vanwege het zogeheten woonrecht worden beschermd tegen onmiddellijke uitzetting.

In de Eerste Kamer is op 23 maart 2021 een wetsvoorstel van de VVD en het CDA aangenomen, waardoor krakers sneller ontruimd kunnen worden. Het aangenomen wetsvoorstel strekt ertoe om in geval van een verdenking van kraken veel sneller strafrechtelijk in te kunnen grijpen en na toetsing door een rechter-commissaris direct over te kunnen gaan tot ontruiming. In het snelste geval zou dan binnen drie dagen ontruimd kunnen worden. Er is forse kritiek geuit op het nieuwe wetsvoorstel, waarbij vooral gewezen is op de overbelasting van het strafrechtsysteem. Het wetsvoorstel is ondanks de bezwaren aangenomen. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.

Huidige regeling

Sinds de inwerkingtreding van de Wet kraken en leegstand in 2010 is kraken te allen tijde verboden op grond van artikel 138a Wetboek van Strafrecht. Na de aangifte door de eigenaar, besluiten politie en het Openbaar Ministerie (hierna OM) vervolgens of een pand ontruimd wordt. Als blijkt dat er sprake is van een verdenking van kraken, vindt er namens het OM een schriftelijke aankondiging van de ontruiming plaats aan de bewoners van het gekraakte pand. De krakers hebben vervolgens zeven dagen de tijd om de aangekondigde ontruiming voor te leggen aan de rechter in kort geding of om het gekraakte pand vrijwillig te verlaten.

Op grond van de huidige wetgeving en jurisprudentie is het niet mogelijk om krakers te ontruimen, wanneer zij een kort geding gestart zijn tegen de voorgenomen ontruiming en de voorzieningenrechter daarover nog geen uitspraak heeft gedaan. Omdat de gevolgen van een ontruiming onomkeerbaar zijn en krakers zich op hun huisrecht kunnen beroepen, moeten de krakers volgens de Hoge Raad eerst de gelegenheid krijgen om de ontruiming te laten toetsen door een rechter in kort geding. Het OM moet het oordeel van de voorzieningenrechter afwachten, voordat er mag worden overgegaan tot ontruiming van het gekraakte pand. Alleen in bijzondere omstandigheden kan er direct worden overgegaan tot ontruiming zonder dat het kort geding wordt afgewacht.

In de afgelopen jaren is keer op keer gebleken dat (georganiseerde) groepen krakers misbruik maken van de schorsende werking die een kort geding heeft. Krakers kondigen kort na het kraken een kort geding aan tegen een (mogelijke) ontruiming door het OM, waardoor zij gedurende de periode tot het kort geding in het gekraakte pand kunnen blijven zitten. Soms wordt een kort geding vlak voor de zitting weer ingetrokken, omdat de krakers zelf inzien dat de zaak kansloos is. Aangezien de procedurele bescherming op dit moment (te) veel ruimte laat voort misbruik, treedt binnen afzienbare tijd – de exacte datum is nog niet bekend – het gewijzigde artikel 551a Sv in werking.

Wijziging artikel 551a Sv: snellere ontruiming

De nieuwe Wet handhaving kraakverbod zorgt ervoor dat de ontruiming van een pand veel sneller kan plaatsvinden dan op dit moment het geval is. Daar waar nu eerst een aankondiging van de ontruiming moet worden gegeven, waarna in veel gevallen een kort geding wordt ingesteld door de krakers, wordt na de inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 551a Sv direct de rechter-commissaris betrokken. De officier van justitie dient een vordering in de rechter-commissaris waarin hij vraagt om een machtiging tot ontruiming op grond van het artikel 551a Sv. De rechter-commissaris beslist binnen drie dagen op de vordering van de officier van justitie. Hij stelt zo mogelijk binnen die periode de krakers in de gelegenheid om te worden gehoord. Na hen te hebben gehoord, neemt de rechter-commissaris een beslissing. Hij verleent een machtiging tot ontruiming of hij wijst de vordering van de officier van justitie af.

Doordat het besluit tot ontruiming niet langer eerst wordt getoetst door de voorzieningenrechter én het bevel van de officier van justitie direct uitvoerbaar is na de verkregen machtiging van de rechter-commissaris, vervalt de wachttijd van acht weken die in de huidige praktijk geldt. Na de inwerkingtreding van de Wet handhaving kraakverbod kan er in het snelste geval binnen drie dagen ontruimd worden, ongeacht of een kraker een rechtsmiddel instelt tegen de machtiging van de rechter-commissaris. Gaat een kraker in beroep tegen de machtiging van de rechter-commissaris, dan oordeelt een rechter of een machtiging ten onrechte gegeven is en daarmee de verwijdering door de opsporingsambtenaar onrechtmatig was.

Civielrechtelijke weg tot ontruiming gekraakte pand

Naast de strafrechtelijk weg, kan een eigenaar ook op grond van het civiele recht eisen dat het gekraakte pand ontruimd kan worden. Hij kan dat doen door ontruiming van het pand te vorderen in een kort geding of door het starten van een bodemprocedure. In beide procedures is de grondslag van de vordering het onrechtmatig gebruik van het pand (artikel 6:162 BW). Het voeren van een bodemprocedure betekent in doorgaans een langdurige procesgang. Vaak zal de eigenaar sneller willen optreden tegen de krakers. Dat kan door het starten van een kort geding. Tijdens een kort geding maakt de rechter een belangenafweging tussen het belang van de eigenaar om zijn eigendom – het gekraakte pand – spoedig terug te krijgen en het belang van de krakers om in het pand te kunnen blijven. In beginsel prevaleert daarbij het belang van de eigenaar om over zijn eigendom vrij te kunnen beschikken. Voor de toewijzing van de vordering in kort geding moet de eigenaar wel aantonen dat hij een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming. Dit spoedeisende belang kan bijvoorbeeld gelegen zijn in een geplande renovatie, verkoop of ingebruikname door een derde. Met een vonnis van de civiele rechter in de hand kan de eigenaar het gekraakte pand (laten) ontruimen.

Voorkomen is beter dan genezen

Hoewel krakers na inwerkingtreding van de nieuwe wet Handhaving kraakverbod sneller uit een pand gezet kunnen worden, is het beter om te voorkomen dat een pand gekraakt wordt. De vraag is bijvoorbeeld hoe snel de ontruiming van een gekraakt pand door de politie ingepland zal kunnen worden nadat de rechter-commissaris de machtiging tot ontruiming heeft verleend. Antikraak en/of het tijdelijk verhuren van een pand al dan niet met gebruikmaking van de Leegstandwet zijn de meest voor de hand liggende oplossingen. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan is het in ieder geval raadzaam om maatregelen te nemen te voorkomen dat een pand onbeheerd is. Dat kan door gebruik te maken van een beveiligingssysteem of door een beveiligingsbedrijf periodiek controles uit te laten voeren. Zodoende kan direct actie ondernomen worden, mocht het pand gekraakt worden. Binnen 24 uur kunnen krakers doorgaans nog ontruimd worden, aangezien er dan nog geen sprake is van een feitelijke bewoning van het pand door de krakers.

Conclusie

Het is zaak om te voorkomen dat een pand gekraakt wordt. Mocht het onverhoopt toch gebeuren, dan kan de eigenaar van een gekraakt pand via het strafrecht of een civielrechtelijk kort geding het pand laten ontruimen. Op dit moment kan het vanaf het moment van de aankondiging van de ontruiming door het OM acht weken duren voordat het pand ontruimd is. Na de inwerkingtreding van de Wet handhaving kraakverbod kan een gekraakt pand veel sneller ontruimd worden. Binnen drie dagen na de aangifte toetst de rechter-commissaris het verzoek tot handhaving van de officier van justitie. Na een machtiging van de rechter-commissaris kan direct overgegaan worden tot ontruiming. Dat het wetsvoorstel is aangenomen, is positief nieuws voor vastgoedeigenaren die hierdoor tijd en geld van een civielrechtelijke procedure kunnen besparen. Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe wet precies in werking treedt.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit blog? Neemt u dan contact op met Susanne van de Pest, huurrechtspecialist in het bouw en vastgoed team bij Van der Feltz advocaten.